Blizzard van Robbe

De inhoud van de dozen

De inhoud van de bouwdoor voor romp, vleugels, e.d. (boven) en de inhoud van het aandrijvingspakket (onder). Alle onderdelen zijn uitstekend verpakt en kwaman onbeschadigs uit de dozen. Het styripor deel van de verpakking van romp en vleugels wordt gebruuikt als bouwmal voor de vleugels. Hierdoor kan op eenvoudige wijze een prima vlakke vleugel worden gemaakt.

De Blizzard wordt geleverd in een relatief kleine doos waarin alle onderdelen verpakt zijn op de zorgvuldige wijze zoals dat bij Multiplex modellen gebruikelijk is. De grote onderdelen in een piepschuim mal en de kleine gegroepeerd in verschillende zakjes. Beschadigingen of vervormingen waren dan ook niet aan de orde. De electro- en pure zweef uitvoering bestaan, op de neus na, uit dezelfde onderdelen. Als de motor niet wordt ingebouwd wordt de dop op de neus gezet. Wat dadelijk opvalt is dat het ELAPOR® schuimmateriaal steviger, elastisch en mogelijk ook een beetje zwaarder is dan bij voorgaande modellen. Verder zijn de spuitmondjes van de matrijs deze keer erg klein. Als vleugelliggers worden vierkante koolstofvezel kokers toegepast. Onderin de doos zit een plasticzak met 8,5 meter glasvezel draad van 1,3 mm dikte. Deze draad wordt gebruikt om zowel de vleugel als de romp torsievast te maken. De kunststof vormstukken  zijn separaat verpakt en zien er eveneens perfect uit. Voor het opleuken is er een groot decorvel bijgevoegd. Voor de aandrijving biedt Multiplex een standaard en een getunde set aan. Om helemaal “up-to-date” te zijn en om allerhande stuurfuncties te kunnen benutten is een nieuwe 7 kanaals 2,4 GHz zender en ontvanger aangeschaft.

Overige componenten
De basis kit wordt geleverd zonder servo’s, motor, regelaar, RC-apparatuur, etc. Uiteraard biedt Multiplex de eigen componenten hiervoor aan, maar men kan ook een keuze maken uit het ruime aanbod van alternatieve componenten of natuurlijk uit de eigen voorraad putten. Om het model goed aan de tand te kunnen voelen is voor de getunde versie gekozen. Het voordeel hiervan is dat de vorm van de neus en de boringen geheel op deze set is afgestemd en alles dus precies past. Met de reeds op de romp geplakte kunststof neus is overigens nauwelijks iets anders mogelijk. Gekozen is voor de “tuning” set met de Himax C 3516-1350; regelaar MULTIcont BL-54 en de 9” x 6”  (23 x 15) klappropeller, een pittig team dat spectaculair vliegen belooft. Als servo’s zijn zowel voor vleugel en hoogte/richtings roeren in de V-staart de 11,7 mm, 8 grams met een stelkracht van 17 Ncm bij 6V en 0,1 sec/45°, Nano Servo’s van concurrent Robbe gekozen die exact in de uitsparingen passen. Deze servo’s zijn sterker en sneller dan de Multiplex Nano-S  (in de staart) en een ietsje minder sterk en langzamer dan de Multiplex Nano-Karbonite (voor de rolroeren), maar aanmerkelijk aantrekkelijker geprijsd. Voordeel is wel dat de Multiplex servo’s met lange kabels zijn uitgevoerd die de inbouwlengtes in de romp kunnen overbruggen waardoor een deel van het soldeerwerk kan vervallen. Het is een keuze!

Bouwen
Na eerst de handleiding grondig doorgelezen te hebben kan aan het monteren worden begonnen. Het eerste hoofdstuk van de bouwbeschrijving begint met het inlijmen van de glasvezel draden aan de buitenkant van de romp. Eerst worden de strengen op maat gemaakt en daarna met CA-lijm vastgeplakt. Zoals bekend gaat CA-lijm uitharden met watermoleculen, bijvoorbeeld met de waterdamp uit de lucht. In onze droge huizen is dit echter vaak te weinig en verder kan ook geen water aan de ELAPOR® worden onttrokken omdat dit een dichte celstructuur heeft en het er dus eenvoudig niet inzit. Het is dus raadzaam om de gleuf eerst even lichtjes te bevochtigen. Dit kan het beste worden gedaan door de draad zelf eerst nat te maken en deze daarna een paar keer over de volle lengte door de gleuf heen en weer te bewegen. Daarna de CA-lijm dunnetjes aanbrengen en weer met de draad over de volle lengte verdelen. Druk dan de draad goed aan en laat hem een kwartiertje uitharden om een perfecte verbinding te realiseren. Aan de binnenzijde van de romp worden deze versterkingen eveneens aangebracht. Voordat de rompdelen in elkaar worden gelijmd dient eerst een keuze te worden gemaakt voor de besturing van het V-vormige hoogte/richtingsroer.

Romp en vleugels worden op diverse plaatsen met glasvezel snaren versterkt. Op de foto links boven is de snaar te zien die in de cockpitwand is gelijmd, achter de cockpitkap vergrendeling. In de romp zijn uitsparingen en penlijnen aangebracht om de twee rompdelen intensief op elkaar te kunnen verlijmen. De foto rechtsboven laat zien op welke wijze de polyeurethaanlijm met een lolliestokje in de groeven kan worden verdeeld.. Na het aanbrengen van de lijm worden de twee romphelften met behulp van behangerstape stevig met elkaar verbonden tot de lijm is uitgehard (foto rechtsonder). De rompneus wordt met behulp van een serie klemmen intensief met de romp verlijmd (foto linksonder).

Deze kan in principe met één servo worden aangestuurd en heeft dan enkel de hoogteroer functie. Meer mogelijkheden biedt het aansturen met een servo op elk roerdeel omdat het dan zowel een hoogteroer- als richtingsroer functie heeft. Hiervoor is dus gekozen. De servo’s in de staart zijn in tandem geplaatst en de uitsparing voor de voorste servo dient nog gedeeltelijk te worden uitgesneden. Uiteraard moeten de servokabels zodanig worden verlengd dat vooraan voldoende ruimte is om met de ontvanger verbonden te worden. Voor het verlengen is gekozen voor het tussensolderen van een stuk servokabel omdat ik later onbereikbare stekkerverbindingen liever niet heb. Dit betekent wel zes uiterst  kleine  soldeerverbindingen per kabel. (Zie ook kader: “Solderen servo verlengkabels”).
Helaas is er zelfs voor de soldeerverbindingen te weinig ruimte in de gleuf om deze er zo  in te kunnen leggen en moet er toch nog wat materiaal worden weggesneden. Om te voorkomen dat de kabels bij het samenvoegen tussen de twee helften komen worden ze met een stukje tape vastgezet. Daar deze kabels voor een groot deel parallel met de antenne kunnen lopen is het raadzaam om verdrilde kabels te gebruiken.

De servo's voor het V-stabilo worden in de staart gemonteerd. De servokabels moeten hierdoor verlengd worden. Gekozen is voor het maken van soldeerverbindingen omdat deze compacter passen in het dunne uiteinde van de achterzijde van de romp. Toch moet hiervoor nog enig materiaal worden verwijderd.

Voor de bevestiging van de vleugel wordt een kunststof vormstuk aangebracht waarin de bevestigingsmoeren en het “mannetje” van de MPX-stekker worden geplaatst. Aan deze stekker dienen  verlengkabels voor de ontvanger te worden gesoldeerd. Deze stekker kan eventueel later, als het geheel met het “vrouwtje” in de vleugel passend is gemaakt worden vastgelijmd.
De cockpit kap wordt op de bekende Multiplex wijze met een paar klemmen vergrendeld. Bij dit model zijn het ronde ogen geworden die in pennen vallen die in de romp worden geplakt. De passing is uitstekend en als de twee delen goed in de uitsparingen van romp en kap worden gelijmd zit de cockpit perfect.
Na deze voorbereidingen kunnen de twee rompdelen aan elkaar worden gelijmd. Gebruik hiervoor geen secondenlijm, want “vast is vast”. Het risico dat er bij het samenvoegen iets fout gaat is door de goede passingen weliswaar niet zo groot, maar als de wet van Murphy toeslaat is de romp verloren. Gun je dus de tijd en gebruik een langzame lijmsoort, bijvoorbeeld polyurethaanlijm. Schuur alle contactvlakken lichtjes op en strijk ze met een dun laagje polyurethaanlijm in en bevochtig dit lichtjes met een waternevel omdat ook deze lijm met watermoleculen uithard. Plaats de vleugelbevestiger en de servo’s en druk het geheel zodanig in elkaar dat alles op de juiste plaats zit. Omwikkel dan de romp op enkele plaatsen met behangerstape en laat het geheel een nachtje uitharden. Tijdens het eerste uurtje van het uitharden zijn
nog wel kleine acties mogelijk maar dit moet tot een minimum beperkt blijven.

De verbinding en met name de uitlijning, van de twee vleugelhelften moet nauwkeurig gebeuren. Gebruik daarom goede lijm, krachtige en ondersteuningen om te voorkomen dat de klemmen zelf in het vleugelmateriaal drukken.

De vleugel wordt opgebouwd uit twee delen die met enkele koolstof verbinders en een kunststof plaat aan elkaar worden gelijmd. De rolroeren zijn mee gevormd en behoeven later pas aan de zijkanten te worden losgesneden.
In de vleugelwortel wordt met een Multiplex MPX-stekker (ook zelf kopen) de verbinding met de rolroer servo’s gemaakt. De draden van de servo’s moeten daarom worden verlengd. Dit kan (volgens de bouwbeschrijving) met verlengkabels worden gedaan, maar dat is niet aan te bevelen aangezien voor de stekkers veel materiaal uit de vleugel moet worden weggesneden. Omdat de draden toch aan de MPX-stekker moeten worden gesoldeerd gaat de voorkeur uit naar het solderen van alle verbindingen. De vleugelwortel wordt aan de bovenzijde versterkt met een kunststof plaat. Gelet op het grote oppervlak kan deze het beste worden opgeplakt met polyurethaanlijm. Deze lijm schuimt enigszins en vult alle oneffenheden prima op. Om de binding optimaal te maken dienen de oppervlakken eerst even lichtjes te worden geschuurd en bevochtigd. Zorg er bij het uitharden voor dat de plaat goed wordt aangedrukt. Verder worden aan de boven en onderzijde glasvezel “snaren” ingelijmd om de vleugel torsievast te maken. Het inplakken van deze 1,3 mm GFK-versterkingen, die overigens op alle hoofdonderdelen van het model worden aangebracht, is een tijdrovende bezigheid. Om een goede en snel drogende hechting met dunne secondenlijm te verkrijgen is het aan te raden om het staafje en de groef eerst enigszins te bevochtigen op de wijze zoals hierboven reeds is aangegeven. Daarna worden een paar druppeltjes secondenlijm in de groef gedruppeld en met het staafje gelijkmatig in de groef uitgestreken. De korte staafjes zijn moeilijk buigbaar en daarom dienen de uiteinden van de diagonale stukjes aan de bovenzijde van de vleugel met aandrukplaatjes en een klem op hun plaats te worden gehouden tot de hechting volledig is. Gebruik tussen de plaatjes en de vleugel wel een dunne folie anders gaat met het los nemen gemakkelijk een stukje vleugel mee!
De rolroerservo’s w
orden plat in de vleugel gemonteerd. Voor de koppeling met de rolroeren zijn koolstof staafjes en staafscharniertjes gebruikt in plaats van de meegeleverde stangetjes. Het afstellen en nastellen van de roeren blijft hierdoor altijd mogelijk. Nadat de rolroeren zijn losgesneden moeten ze aan aantal keren flink op en neer worden bewogen om soepel te gaan lopen.

De servo's in de vleugel moeten eveneens worden voorzien van verlengkabels. Deze komen samen op een zespolige MPX stekker in de vleugelwortel.

Aan de onderzijde worden de vleugelliggers en kabelgootjes afgedekt met een witte tape. Deze tape is echter zo smal dat het de gleuven en zeker niet de vergrootte uitsparingen waar de soldeerverbindingen of verlengstekkers zijn aangebracht, niet geheel kan afdekken. Bovendien plakt de tape slecht op de ELAPOR®. Gebruik daarom bredere scharniertape of Leukosilk met een breedte van 2,5 cm. Leukosilk is een verbandpleister gemaakt van wit acetaat zijde.  Het is ook zeer geschikt om de onderkant van de romp te beschermen.

De servo's voor het V-stabilo worden in het achterste deel van de romp geplaatst en met "snaplinks" met de servo's verbonden.

Voor de montage van het V-vormige stabilo wordt een kunststof vormstuk in de staart gelijmd waarin vervolgens de twee stabilo delen worden gelijmd. In deze delen zijn de roeren weer aangevormd. Het geheel wordt nog verstevigd met de bekende 1,3 mm glasvezelsnaren. Deze roeren krijgen elk een servo die in het staartgedeelte worden gemonteerd. Hiermee krijgen de roeren de dubbelfunctie voor hoogte en richting. Voor de verbinding met de servo’s zijn “klicklinks” gebruikt. De gaffeltjes hiervan grijpen in koolstof staafjes die in de servo armpjes worden gelijmd. Het vormstuk in de staart heeft nog een afsluitbaar vakje voor contra gewichten.
Tenslotte kunnen nog de goed plakkende de transfers worden aangebracht. Als alle goed in elkaar is geknutseld maakt de Blizzard een vlotte en zeer solide indruk.

Inbouwen van de apparatuur.
De Blizzard is een relatief klein model en de inbouwruimte voor de apparatuur is zeer beperkt.
Het eenvoudigst is het inbouwen van de motor uit de Multiplex set. Bij de getunde motor moet aan de binnenzijde nog een opvulring worden geplaatst die ik eerst aan de heus heb geplakt. Het is dan eenvoudiger om de motorbouten door te steken. Let er hierbij op dat de draden goed vrijlopen. Uit voorzorg is onder nog wat materiaal weggenomen en zijn de kabels met een likje hete lijm vastgezet. Het monteren van de propeller is slechts een kwestie van het aandraaien van het klemstuk en een paar schroefjes.
De netto binnendiameter van de cockpit is slechts 75 mm en de 2500 mAh Lipo van Multiplex is al 70 mm breed, maar daarbij steken de draden nog aan de zijkant uit. De plaatsing van alle apparatuur leverde dan ook onverwacht meer problemen op dan volgens de bouwbeschrijving mag worden verwacht. Met de zware “getunde” motor bleek het model neuslastig te zijn. Dit kan worden gecorrigeerd door de bijgeleverde kogeltjes in de daarvoor bestemde ruimte in de staart te monteren. Echter, het vliegklaar gewicht in deze uitvoering is al 965 gram en dat is zonder de balanskogeltjes al 40 gram meer dan het in de bouwbeschrijving aangegeven gewicht! Er is dus alles aan gelegen om ballast zo veel mogelijk te vermijden door de balans met de accu in te stellen.
Daarom is er voor gekozen om de accu ver mogelijk naar achteren te plaatsen. Daar de verbinding van de servo’s naar de romp plaats vindt met een Multiplex MPX-stekker die ter hoogte van de vleugelwortel in de romp steekt en hierdoor de doorgang naar achteren wordt belemmerd is het achterste deel niet bereikbaar voor de accu. Dit euvel kon worden opgelost door de MPX-stekker zodanig te modificeren dat de draden niet vertikaal, maar horizontaal worden aangebracht. De pootjes van de stekker moeten daarom eerst haaks worden omgezet. Daarna is het priegelen om alle draadjes goed gesoldeerd en geïsoleerd vast te zetten en om de stekker weer in de goed passende uitsparing van de vleugelbevestiger te wurmen. Dit is alleen maar mogelijk door het gat iets op te ruimen. Om de draden daarna strak tegen de onderkant hiervan de houden is van een koolstof staafje een bruggetje gemaakt waaraan alle draden met een tyrap worden vastgebonden. Als dit goed gelukt is ontstaat er juist voldoende ruimte om de accu er onderdoor naar achteren te schuiven. Voor de elektro uitvoering kan door afbeelding 37 van de bouwbeschrijving dus gevoeglijk een groot kruis worden gezet!

Centraal in de romp wordt een zespolige MPX stekker (mannetje) aangebracht. Hieraan worden de kabels gesoldeerd voor de verbinding met de ontvanger.


Als zend/ontvang installatie is de Futaba 7C-2,4GHz/R617FS gebruikt. De ontvanger heeft het nadeel dat de stekkers boven op de ontvanger worden gestoken. Hierdoor is het plaatsen van de ontvanger achter in de romp, zoals in de bouwbeschrijving wordt voorgesteld, een onpraktische en feitelijk onuitvoerbare oplossing. Daarna deed zich het probleem voor dat de Multiplex Lithium-Polymerakku Li-BATT BX 3/1-2500  accu breder is dan de breedte van de romp ter hoogte van de cockpitvergrendeling. Dit wordt mede veroorzaakt omdat van de betreffende accu de aansluitkabel zijwaarts uit het pakket steken en niet aan de voorzijde. Het accupakket is daarom omzichtig open gesneden en de draden zijn naar de voorkant gebracht en alles is weer met glasvezel versterkte tape vastgezet. De accu past dan precies in de romp.
Zoals ook hier weer blijkt lijkt het inpassen van de apparatuur op de tekening altijd eenvoudig. De praktijk is bij de smalle rompen van de zwevers altijd weerbarstiger, zeker omdat op tekening nooit rekening wordt gehouden met al die stugge kabels en relatief grote stekkers en koppelpluggen. Het is altijd weer zoeken naar een passende oplossing! Met genoemde modificatie van de MPX stekker is de accu zo ver als voor de balans noodzakelijk is naar achteren geplaatst en wordt de ontvanger daarvoor geplaatst. Omdat de accu even dik is als de doorlaathoogte onder de vleugel kan hij niet rechtstreeks met klittenband worden vastgezet. Een ideale oplossing is dit niet omdat de accu bij een wat harde landing naar voren schuift tegen de ontvanger aan. Hiertoe is voor vergrendeling dwars in de romp een stuk klittenband geplakt en een dubbelgevouwen stuk in de lengterichting van de accu. In de dubbele band is een lusje bevestigd om het gemakkelijk weer uit de romp te kunnen trekken.

Testen en instellen
Uiteraard is de Blizzard eerst grondig op de testbank beproefd. “Meten is weten en gissen is missen”, moet je maar denken. Met de 3S-2500-18C LiPo draait de 9” x 6” prop maximaal 11.300 toeren en wordt tussen accu en regelaar een continue stroomverbruik van ca. 36 Ampère gemeten. Bij een aansluitspanning van 10.3 Volt levert dit een opgenomen vermogen van 371 Watt op. Het blijkt echter dat bij vollast de temperatuur van de regelaar snel oploopt tot 65 °C. Dit is bedenkelijk daar de regelaar geschikt is voor maximaal 54 A. De gemeten trekkracht bedraagt hierbij 1150 gram. Bij een totaal eigen gewicht van 985 gram belooft dit grote mogelijkheden voor kunstvlucht, zeg maar stunten.
Het is dus duidelijk dat de Blizzard bij een volle accu vertikaal naar de wolken kan klimmen en gooi er rustig een paar rollen bij in. Wie had enkele jaren geleden voorzien dat dit met elektroaandrijving mogelijk zou zijn? Test: of zou onze hoofdredacteur hier ook al een helder perspectief voor ogen hebben gehad? Ik hou het niet voor onmogelijk.

Het meten van de prestaties van een model is erg belangrijk om te kunnen inschatten wat het kan. De trekkrachtmeting kan op eenvoudige wijze met de digitale trekkerachtmeter ( zie inzet foto) van bijvoorbeeld Sanuvera Electronics GmbH ( www.sanuvera.de ) worden uitgevoerd. Deze metingen wezen uit dat de trekkracht bij een volle accu groter was dan het gewicht van de Blizzard. Hierdoor kan de Blizzard zo, zonder aanloop of werpen, uit de hand worden gestard om vervolgens versnellend loodrecht te klimmen.

De juiste instelling van de roeren e.d. worden uiteindelijk door testvluchten vastgesteld. Verder worden de instelmogelijkheden bepaald door de functie die op de zender zitten. Een zender uit de middenklasse biet al voldoende mogelijkheden voor de Blizzard. In de handleidingen en inmiddels ook in MBa 129, wordt aangegeven welke tests kunnen worden uitgevoerd om de juiste afstellingen te vinden.
Om te beginnen zijn de roeren volgens de handleiding ingesteld. Tevens zijn de Dual-rate en de Expo(-) op 50% gezet. Bij de landing kunnen de rolroeren omhoog worden geklapt met correctie van het hoogteroer. Het zwaartepunt ligt op 70 mm van de vleugelneus.
Voor het instellen van de regelaar geeft de handleiding van de aandrijfset duidelijke instructies en veiligheidsvoorschriften. Via de gasstick kan de accukeuze, de remfunctie, de draairichting en de opslag in vijf stappen worden ingesteld. Let er hierbij op dat de remfunctie fabrieksmatig is uitgeschakeld. Stel deze remfunctie voor de eerste testvluchten in omdat het anders onverwacht een “overshoot” kan geven daar de propeller blijft draaien.
Als deze instellingen zijn gemaakt komt het controleren van de besturing aan de beurt. Meet eerst het stroomverbruik van alle servo’s tegelijk door de knuppels, als in een gesimuleerde vliegbeweging, gelijktijdig rond of heen en weer te bewegen. Vergelijk dit met het ampèrage  van de BEC regeling. Het verbruik mag hierbij niet hoger zijn dan de specificatie die de regelaar aangeeft. In dit geval bedraagt het verbruik 350 mA en ligt dus ver binnen de specificatie.
Laat de motor daarna op de testbank proefdraaien en meet, bijvoorbeeld met een gecombineerde spanning-,  stroom- en vermogensmeter, het verbruik. Test eerst op halve tot driekwart vermogen en controleer de temperatuur van regelaar en accu tot de motor door de POS (Power-Off-Swich) automatisch wordt uitgeschakeld. Controleer of de besturing daarna nog goed functioneert. Indien dit alles in orde is doe dan een vollastproef en controleer of het stroomverbruik niet hoger is dan de specificaties van accu, regelaar en motor. Als alles daarna nog goed functioneert kan met een gerust hart aan de eerste echte start worden gedacht.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de instellingen met tussen haakjes de waarden die na enige testvluchten zijn ingesteld. Veelal is het een kwestie van smaak en/of ervaring bij de keuze van de instellingen die eerst na vele testvluchten bij rustig vliegweer kan worden gemaakt.

Technische gegevens Blizzard
Volgens

bouwbwschrijving

Zoals gebouwd
of
na test
Spanwijdte
Lengte
Vleugeloppervlak
Gewicht 925 gram 985 gram
Vleugelbelasting 49 g/dm2
RC-functies H, R, RR, M H, R, IN V-staart
Accu LiPo 3S-2500
Regelaar Multiplex - BL - 54
Motor Multiplex 3516-1350
Propeller 9"x 6" (23 x 15)
Toerental (volgas) 11300 omw/min
Spinner o 39 mm
Trekkracht (max.) > 1150 gram
Stroomverbruik (max piek) 36 A (cont.)
Opgenomen vermogen 350 Watt

Vliegen
Als alle instellingen op de juiste waarden zijn gebracht en alle functies nog eens gecontroleerd zijn is het wachten op rustig weer, want met dit model, zoals op enkele filmpjes op You-tube blijk, ga je niet lichtzinnig om. Als dan na (te) lang wachten het weer gunstig is, is het op naar het veld. Op weg er heen stijgt de nervositeit. Wat is de beste manier om te starten: voorzichtig of meteen alle remmen los? De vleugelbelasting bedraagt 49 g/dm2 en dit vergt een stevige startsnelheid en dus een krachtige worp met flink wat power op de prop. Uit de filmpjes van Multiplex blijkt dat de Blizzard uit de hand (zelfs verticaal) te starten is, maar dan wel met volgas om hem meteen door te laten trekken. Bij gewoon horizontaal werpen is volgas niet absoluut nodig, want met driekwart gas is de trekkracht al gelijk aan het eigen gewicht en dat is ruim voldoende om hem in korte tijd tot zijn minimale vliegsnelheid  te versnellen. Dan voel je al dat de aandrijving het model uit je hand wil trekken.
Daar sta je dan op het veld en het liefst heb je dat er niemand in de buurt is. Helaas, dan komen er drie senior dorpsgenoten aan fietsen en die zijn helaas (te) geïnteresseerd in mijn bezigheden en stellen de bekende vragen. “Hoeveel cc heeft de motor? Heb je die zelf gebouwd? Dure hobby, zeker? Wat is het bereik? Geef je voor ons even een demonstratie? Etc., etc. ….. .”  Je ontkomt er dus niet aan om toch maar van start te gaan. Wat doe je dan: voorzichtig of nu maar meteen bluffen? Met tegenzin koos ik voor het laatste.

De Blizzard start gemakkelijk uit de hand.

Nog even bibberende knieën, een zetje en …. “airborn”. Een zucht van verlichting want hij vliegt als op rails, maar wordt wel snel kleiner! Twee loopings achter elkaar en een Immelman, zo die zit. Wat bochten, hoog en laag en het werd duidelijk dat de Blizzard als aan een touwtje vliegt. Het rasante vliegbeeld en het hierbij passende fluitende vlieggeluid doen je eigenlijk vergeten dat het hier om een “elektroschuimpje” gaat. Na ongeveer zes minuten vliegtijd wordt de landing ingezet. De snelheid werd er zo ver mogelijk uit gehaald …….., maar dat was net even te ver! Bij een te lage snelheid raakt de Blizzard plotseling overtrokken en duikt met de neus omlaag. Gelukkig was het loof van de aardappelen van het er naast liggende veld al redelijk hoog en de klei nog zacht van de overvloedige regen van de dag ervoor. Behalve een met klei verstopte neus viel er verder geen schade te constateren en alles werkte nog prima. De les was duidelijk: hou bij de landing voldoende snelheid en schakel op geringe hoogte pas de remfunctie in. Dus is het aan te bevelen om eerst op voldoende hoogte de overtreksnelheid te bepalen om een indruk te krijgen bij welke snelheid de landing moet worden ingezet. Met de omhoog geklapte rolroeren werkt de remfunctie overigens effectief en laat de Blizzard stevig afremmen en hoogte verliezen, maar beperk de uitslag eerst tot ongeveer 20%.

De strakke lijnen en de krachtoge aandrijving maken strak vliegen mogelijk.

Ondanks de onfortuinlijke landing was de waardering van mijn driekoppig publiek groot. “Mooi ding, mooie hobby”, was hun oordeel en met dat laatste ben ik het natuurlijk helemaal eens. Ze stapten weer op de fiets en reden richting dorp.
De Blizzard reageert gretig op de besturing. Geef dus om te beginnen voldoende - expo (negatieve expo betekent dat de stuurbewegingen rond het neutrale punt gering zijn en bij volle uitslag groot).  Langzaam begon mijn hartslag en temperatuur te dalen, zeker nadat geconstateerd was dat de temperatuur van regelaar en accu ook alleszins acceptabel was. Met een nieuwe accu nog wat getest en hierbij bleek dat de gevoeligheid op het hoogteroer ondanks de kleine uitslag wat te groot was. Met enige correctie op de zender was dit prima bij te stellen. Bij het herladen van de accu bleek dat de capaciteit voor ongeveer 50% was benut. Zelfs met een beetje stunten is een vliegtijd van 10 tot 15  minuten best haalbaar. De maximum snelheid is bepaald niet kinderachtig, want fotografisch gemeten moet dit zeker boven de 100 km/h liggen. Je krijgt dan ook een euforisch gevoel als het ding laag over het veld scheert en dan vervolgens met één of meer rollen loodrecht naar de wolken snelt.
De mogelijkheden van deze Blizzard zijn zeer groot en het kost dan ook vele vlieguurtjes om dat allemaal uit te testen en MBa-pagina’s om het te beschrijven. Zelf doen is dan ook mijn advies.

Instelgegevens Blizzard.
Instelhoek
Zwaartepunt
70 mm
Motorinstellingen zoals ingebouwd.
Motordunping
6
Motor zijstelling
Roerinstellingen
Rolroer (op - neer)
14 - 6 mm
Hoogteroer (op - neer)
5 - 5 mm
Richtingsroer (rechts - links)
7 - 5 mm
Flaps (neer)
2 mm
Spoiler (op)
12 mm
Snapflap (op)
2 mm
Hoogteroer compensatie bij instellingen
Spoiler
0,5 mm
Flaps
1 mm
Motor
0,5 mm
Expo/Dual-rate/Flapperon
Expo rolroeren
- 30 (-50) %
Expo hoogte
- 30 (-50) %
Dual-rate
50 %
Flapperon
50 %
Remkleppen (H,RR)
10% (-5%),+20%

Conclusie
De Blizzard is een prestatie gericht creatuurtje die tot het uiterste gaat van wat met ELAPOR® technologie momenteel mogelijk is. Om de nodige torsievastheid te realiseren die bij de hoge snelheden noodzakelijk is, is hij opgebouwd met hoogwaardige materialen als glas- en koolstofvezel versterkte kunststofcomponenten. Uitgerust met de aanbevolen “power pack” is de trekkracht van de propeller zo groot dat hij zelfs vertikaal uit de hand gestart kan worden om daarna met adembenemende high-speed-passes laag over het veld te jakkeren. Gelet op de hoge snelheden is het van groot belang dat alles goed wordt uitgebalanceerd en de roerinstellingen passend zijn. Dankzij de 8.9% vleugeldikte is de Blizzard overigens geen slungel als het om het uitbuiten van thermiek bellen gaat, maar dit is niet bij uitstek zijn terrein. 
Met de Blizzard toont Multiplex op indrukwekkende wijze wat er heden ten dage met schuimmodellen mogelijk is. Het ontwerp is, op enkele punten na, doordacht en evenwichtig. Probleempjes doen zich voor bij de bekabeling en de inbouw van de apparatuur, maar deze zijn door iedere modelbouwer met enige ervaring op te lossen en in dit MBa artikel worden hiertoe enkele suggesties gedaan.
Laat ik duidelijk zijn en wil het graag bekennen, toen alles klaar was en netjes vloog voelde ik mij bevoorrecht om dit stukje hoogwaardige modeltechniek te bezitten en er mee te kunnen vliegen. Toch  een waarschuwing: geef dit model niet in handen van onervaren piloten!

contact | © 2016