Cularis van Multiplex

Het pakket
Uiteraard is het hele ding verpakt in een veelkleurige kartonnen doos en als je deze opent dan sta je toch wel even met de ogen te knipperen. Nog nooit heb ik een bouwpakket gezien dat met zoveel zorg was verpakt. Maar dat was nog niet de enige verbazing. De verpakking is echter meteen een werkbank en mal om de vleugel in elkaar te zetten. Multiplex: “je denkt ook aan alles”. En dat blijkt bij een verdere bestudering van de onderdelen ook dubbel en dwars het geval te zijn. In de set bevinden zich zowel de basisonderdelen voor zweef- en  elektrouitvoering. Alle onderdelen zijn van een uitstekende kwaliteit en maatnauwkeurigheid, maar de Elapor® delen hebben weer die akelige spuitpuntjes.

De transport verpakking van de Cularis is eenvoudig perfect. Het dient tevens als mal voor het samenstellen van de vleugels waardoor een perfect rechte bouw op eenvoudige wijze mogelijk is.

De Elapor® onderdelen zijn dus keurig verpakt in de “werkbank” met onderin de zakjes met kleine onderdelen en de bouwbeschrijving, die “uiteraard” niet in het Nederlands is! Zevenenveertig tekeningen verluchtigen echter de tekst en met een beetje tekstvaardigheid van de standaard buitenlandse talen moet je het dus maar redden. Maar waar dient alles dan wel voor? Een terechte vraag en het is daarom aan te bevelen om de bouwbeschrijving eerst eens grondig te bestuderen en details in het geheugen te prenten, want de bouwvolgorde is erg belangrijk. Een klein foutje kan je anders in ernstige problemen brengen. Algemeen advies bij de bouw: bevestig zo veel mogelijk onderdelen in de romphelften voordat deze worden samengevoegd.

Montage
Als je ooit een model van Multiplex hebt gemaakt dan weet je dat het hier om een kwaliteitsproduct gaat. Afwerking, passing en maatvoering van de onderdelen zijn uitstekend en kunnen in kwaliteit een vergelijk met bijvoorbeeld Lego bouwsteentjes glansrijk doorstaan. Druk het maar in elkaar en het past perfect. De grote geschuimde onderdelen zijn dus niet meer van styropor gemaakt, zoals de eerste “schuimpjes”, maar van Elapor®. Dit materiaal is elastischer dan styropor en daardoor minder breukgevoelig. Elapor® heeft in tegenstelling tot styropor echter een dichte celstructuur en kan daarom niet worden gelijmd met witte houtlijm of epoxylijm. Dit hecht slechts oppervlakkig aan het materiaal en bij een schokbelasting kan het loslaten. Deze lijmen ontlenen hun adhesie (=plakkracht) hoofdzakelijk aan het feit dat ze in de poriën van het moedermateriaal door dringen. Bij Elapor® is dat dus niet mogelijk en is een oplossende lijm nodig. Multiplex schrijft het gebruik van dikvloeibare cyanoacrylaatlijm (= secondenlijm) al dan niet met versneller voor.

Opm.: cyanoacrylaatlijm hard uit met watermoleculen uit de lucht. In onze goed verwarmde huizen is de luchtvochtigheid soms, en zeker in de winter, erg laag en het is dan aan te bevelen om de te lijmen oppervlakken iets te bevochtigen.

Cyanoacrylaatlijm is zeer geschikt voor het verlijmen van kleine oppervlakken, maar als het om het lijmen van grote vlakken gaat ben ik er geen liefhebber van. Contact = vast, en als er iets niet goed zit dan valt er niets meer te redden. Om in alle rust te kunnen werken heb ik tegen het bouwadvies in, doch met de ervaring van de Easy Glider, niet de voorgeschreven lijm gebruikt. Voor de grote vlakken is de watervaste en vullende polyurethaanlijm van Bison gebruikt dat wel aan Elapor® hecht. Het heeft een uithardingstijd van een paar uur en dat biedt de mogelijkheid om grote vlakken, zoals de romp en vleugelafdekkingen, tijdens het uitharden nog wat te corrigeren. Daarna heb ik in de naden nog dunne secondenlijm laten vloeien. Het gebruik van dikvloeibare secondenlijm met activator wordt in de bouwbeschrijving voldoende aangegeven.

Vleugel
De montage van de vleugels begint bij de onderkant. Als ondergrond wordt hiervoor de “werkbank” gebruikt. Iedere vleugelhelft heeft twee vleugelliggers van koolstofbuis die aan de vleugelwortel in een CfK vormstuk worden gelijmd. In dit vormstuk worden ook de stekkers van de twee servo’s gelijmd. Tevens zit hierin het vergrendeldeel van de vleugel die in de vleugelverbinder van de romp moet vallen. Alles met elkaar een complex geheel dat met de nodige zorg in elkaar gezet moet worden.

Op de linkerfoto de onderkant van de rechter vleugelhelft met de koolstof liggers, de twee servo's en de bedrading (Foto: Skytechnologies). Het afdekken van de onderkant van de vleugel met de afdekplaaf waarbij de vleugelhelft in de mal is geplaatst.

In de vleugelwortel worden een drietal kunststof verbindingsstukken gelijmd. Het deel waarin de koolstof vleugelliggers worden bevestigd wordt eerst ingelijmd. Nadat koolstofbuizen licht geschuurd zijn worden ze in de uitsparingen gelegd en met dunne secondenlijm op een aantal punten vastgelijmd waarbij ze lichtjes op de mal worden aangedrukt. Als na een paar minuten alles vast zit wordt er op regelmatige afstanden puntsgewijs een druppeltje secondenlijm aangebracht. Nadat het goed uitgehard is, en dit vergt meer dan enkele seconden, kan het de vleugel uit de mal worden genomen en gecontroleerd. Hier stopt het verder even om ook de andere vleugelhelft zo ver gereed te maken. De reden hiervoor is dat eerst de stekerverbindingen van de vleugelservo’s in de vleugelverbinder exact moeten worden geplaatst en deze zijn moeilijk toegankelijk als de vleugel geheel is afgewerkt.

Soms weerhouden bepaalde voorgevoelens je er van om iets volgens het montagevoorschrift te doen. Om de een of andere reden besloot ik om de vleugelverbinder niet direct in de romp in te lijmen, maar eerst de verbinding “droog” te gaan uittesten. Het is een mooi ontworpen, maar een complex stuk en het kan alleen goed functioneren als alles perfect en met de juiste onderdelen wordt gemaakt. In een Spaanse site over de Cularis had ik al gezien dat de stekkerverbinding niet werd gebruikt. Kon alleen niet lezen waarom, maar dit werd later wel duidelijk. Multiplex raad met klem aan alleen hun eigen UNI-stekkers te gebruiken en dat bleek zijn reden te hebben. Prima, maar waar haal je deze snel vandaan? De meeste modelbouwwinkels in mijn woonomgeving hadden de bedoelde onderdelen niet in voorraad. Dan maar bestellen, levertijd dus en dat aan het einde van het jaar. Dit leverde zes weken vertraging op waarna de afmontage kon worden voltooid. Ondertussen geprobeerd of een goede verbinding met de standaard stekkers kon worden gemaakt. Ik kan hier kort over zijn: sla het advies van Multiplex niet in de wind want je raakt in problemen die tot schade aan het model kan (zal) leiden. Met zwaar lopende verbindingen kan het bevestigen en verwijderen van de vleugelhelften alleen maar met grote kracht gebeuren en dat levert een groot risico op beschadigingen op. Probeer het geheel eerst goed uit voordat de vleugelverbinder in de romp wordt gelijmd en test vooral eerst de elektrische verbindingen!

De constructie van de vleugelverbinder wordt weergegeven in de linker foto. De middelste foto geeft deze weer om de passingen en de elektrische verbindingen te controleren. Hierbij zijn de stekkers voor de vleugelservo's al in de passingen gelijmd. Het geheel kan nu in de vleugel worden gelijmd. Op de rechter foto wordt de vleugelverbinder stevig in de een romphelft gelijmd.

Breng vervolgens de servo’s in de vleugel aan, leg de kabels op hun plaats en breng de afdekking aan. Dit is een relatief groot oppervlak en daarom is hiervoor polyurethaanlijm gebruikt. Breng dit in een dun laagje, gelijkmatig verdeeld aan en fixeer het met tape en/of verzwaar het met een goed verdeelde gewichten. Kleine plastic zakjes met fijn zand zij hiervoor zeer geschikt. Laat het geheel een minimaal een halve dag uitharden. Bevestig vervolgens de vleugelvergrendeling en de dubels en de vleugel is gereed. De opstaande vleugeltips worden als laatste aangebracht.

Stabilo en kielvlak
De stabilo is als pendelroer uitgevoerd en bestaat uit twee bladen met een verbindingsas en een meenemer. Ter versteviging van de bladen worden aan de onder en bovenzijde in voorbewerkte uitsparingen GfK staafjes ingelijmd. Aan de binnenkant van de bladen worden GfK vormstukken aangebracht voor de klikverbinding en de pendelas.

In de staart worden aan beide zijden kunststof verstevigingen aangebracht die als lagers voor de stalen pendelas van de twee stabilo helften dienen. De vergrendeling is uitgevoerd als een klikverbinding. Het kantelmechanisme voor de stabilo wordt inwendig gemonteerd. Wel is het mogelijk om de (koolstof)binnenkabel via een gaatje in de romp na te kunnen stellen.

Het kielvlek bestaat uit één deel met aangevormd roer. De persing met Elapor® is zodanig dat geen scharnieren nodig zijn, alleen het roerhoorntje met het staafscharniertje moet worden gemonteerd.

Bijzondere inbouwpuntwn van de romp. Links de neussectie met motor, gaffel en verbindingsstuk voor de vleugelhelften. Midden het staartstuk met de tuimelaar voor het kantelstabilo. De oranje buitenmantel aan de onderkant isvoor de doorvoer van de antenne. Rechts het staartstuk met de contragewichten.

Romp
De romp is een uit twee delen bestaand groot vormstuk waarin de uitsparingen voor servo’s, motor, e.d. zijn aangebracht. Ter versteviging van de neus worden er twee transparante kunststof platen ingelijmd. Een essentieel onderdeel en kenmerk van de Cularis dat in de romp moet worden aangebracht is de vleugelverbinder, het constructieve centrum van het model. Het bevat de centreringsmoffen voor de vleugelliggers, de vergrendeling en de bevestiging en verbinding van de servostekkers. De montage van deze delen moet zorgvuldig geschieden en het pasmaken met de vleugelhelften geschied daarom eerst buiten de romp. Als eerste wordt elke vleugelwortel op de vleugelverbinder pasgemaakt. Hierbij viel het op dat om de verbindingsdelen vlak tegen elkaar aan te laten de uiteinden van de vleugelliggers korter moeten zijn dan op de tekening is aangegeven namelijk 21 in plaats van 23 mm. Daarna worden hierin met een druppeltje secondenlijm de contra servostekkers gelijmd. Controleer vervolgens of de elektrische verbindingen in orde zijn. Daarna worden de vleugels weer op de verbinder geschoven en worden de servokabels via de sparingen in de contrastekkers gestoken. Als alles goed op zijn plaats zit worden de servostekkers ook met secondenlijm vastgezet. Wees hiermee spaarzaam want als er per ongeluk een druppeltje lijm tussen de uitneembare delen terecht komt is de ellende niet te overzien! Voer het gereed maken van deze koppeling daarom met de nodige omzichtigheid uit door eerst alles goed passend te maken om het daarna pas te verlijmem. Gebruik voor de stekkers dus absoluut de door Multiplex aanbevolen UNI stekkers. Deze passen perfect in de sparingen en sluiten licht op elkaar aan. Dit is van groot belang omdat bij de montage van de vleugel op de romp ook alle vier de elektrische verbindingen in één keer gemaakt worden.

Als de vleugelverbinder op de juiste wijze met de vleugelhelften is afgewerkt kan het in de romp worden gelijmd. Dit is een nauwkeurig werkje want de speling van de vleugelwortel in de romp laat geen enkele onnauwkeurigheid toe! Ga daarom als volgt te werk:

  1. Gebruik traag hardende lijn, bijvoorbeeld polyurethaanlijm en strijk hiermee één helft in.
  2. Plaats de vleugelverbinder eerst in één romphelft en justeer deze door hem ook met een vleugelhelft te verbinden.
  3. Plaats de betreffende vleugel in de romp
  4. Controleer nauwkeurig of alles op de juiste plaats zit, d.w.z. of alles goed aansluit, dus ook de servostekkers en druk de vleugelverbinder goed aan.
  5. Fixeer het geheel met tape en leg het goed ondersteund weg.
  6. Wacht tot de vleugelverbinder voldoende vast zit en neem de vleugelhelft weer weg.
  7. Wacht tot de lijm volledig is uitgehard.
  8. Breng daarna de andere vleugelhelft aan.

In de vleugelwortel wordt tevens de klikverbinding gelijmd die voor de vergrendeling van de vleugel op de romp moet zorgen. Als dit alles goed is verlopen kan de romp verder worden gemonteerd.

De cockpitkap
Onderzoek alles en behoud het goede schijnt het “leitmotiv” te zijn voor de ontwerpers van Multiplex, want de constructie en bevestiging van de cockpitkap is gelijk aan die van de Easy Glider. Deze wordt met een klikverbinding op de romp bevestigd. Hiertoe worden links en rechts gaffels in de romp gelijmd en tappen in de kap. In de romp zit een nauwkeurig passende uitsparing voor de gaffels en deze worden op de plaats met een paar druppels secondenlijm vastgezet. De plaatsing van de tappen gaf echter een klein probleem. Deze zaten 1 à 2 millimeter te ver naar voren waardoor ze niet rechtstandig verlijmd kunnen worden. Ze kunnen dus niet los van de gaffels aangebracht en verljmd worden. Plaats daarom de tappen met aan de top een likje niet snel hardende lijm in de kap, druk het geheel op de romp en laat het uitharden. Neem de kap er daarna af en druppel wat secondenlijm tussen tap en cockpitkap. Alles zit daarna prima vast. Om helemaal te voorkomen dat er lijm maar beneden druppelt en gaffel en tap verlijmt kun je de beide contactdelen nog een beetje invetten. Als alles goed gelukt is, is het een prima sluiting. Er is nog één klein verschil met de Easy Glider, men heeft voor meer grip een paar kleine uitsparingen gemaakt ter hoogte van de vergrendeling om de kap gemakkelijke af te kunnen nemen.

Motorisering
Bij de Cularis kan een standaard aandrijfset worden aangeschaft, bestaande uit een Himax 3522-0700 buitenloper, een MULTIcont BL-37/II regelaar van 37 A en een 12 x 6” klappropeller. Deze regelaar is met een BEC-regeling van 3 A uitgevoerd. De ontvanger en de servo’s (zes stuks) zouden vanuit de aandrijfaccu van stroom kunnen worden voorzien. In de gebruiksaanwijzing van de regelaar wordt aangegeven dat maximaal 4 servo’s op een 3S LiPo aandrijfaccu mogen worden aangesloten. Multiplex adviseert om voor de stroomvoorziening van de besturing een aparte 4/1800 mAh AA accu te gebruiken. Het is vooralsnog echter twijfelachtig of dit nodig is. In ieder geval is op voorhand de rode draad fabrieksmatig al niet met de ontvanger stekker verbonden.

Krachtige standaard aandrijfset met de Himax 3522-0700 buitenloperen de MULTIcont BL-37/II regelaar.

Na het gereedkomen van het model is middels een stationaire vluchtsimulatie met de “Watts-Up” het stroomverbruik van alleen de besturingsset (ontvanger+regelaar+servo’s) gemeten. Dit bedroeg maximaal gedurende een korte periode ca. 2,5 A. Daarom valt te overwegen om geen aparte ontvanger accu te gaan gebruiken. Een andere mogelijkheid is om een spanningsregelaar te gebruiken. Hiervoor is de “Master Bec Boy” ingezet. Dit is een regelaar die op een spanningsbron van 5 – 12 V (DC) kan worden aangesloten en een constante uitgangsspanning levert van naar keuze 5 of 6 V met een stroomsterkte van 3 – 5 A. Als bron kan dan weer de aandrijfaccu met splitkabel worden gebruikt of bijvoorbeeld een 7,4 V LiPo met 1800 mAh. (zie ook Modelbouw actueel nr. 119, “Belastbaarheid van het BEC-systeem” of www.funfly.nl, pagina “aandrijvingen”). Als aandrijfaccu is een de VP LiPo 3S1P met 2250 mAh en een belastbaarheid van 22C ingezet waarmee een stroom van 50 A kan worden gehaald, dus ruim voldoende boven dat van de regelaar en de motor.

Camera
Vooruitlopend op de inbouw van de apparatuur eerst iets over een extra voorziening in de Cularis. Sinds de opkomst van mini camera’s voor modelvliegtuigen (zie Modelbouw actueel 120 of www.funfly.nl, pagina “accessoires”) is het een uitdaging om een modelvliegtuig van een video camera te voorzien. Met een kleine aanpassing van de cockpit is een vaste plek voor de FlyCamOne ingeruimd. Hiertoe is de ruimte achter de motor wat ruimer gemaakt om de camera op de bodem te kunnen plaatsen. Aan de zijkant zijn stripjes depron gelijmd om hem te centreren. Ter hoogte van de lens is een kijkgat met een diameter van 15 - 25 mm in de romp gemaakt waardoor de camera naar beneden kan kijken. Het gat is dus taps en de hoek is aangepast aan de zichthoek van de lens. In de romp is boven de camera een opklapbaar plaatje gemaakt waarop de regelaar een plaats heeft gekregen. Deze plaat is aan de onderkant afgeplakt met aluminium folie om eventuele interferentie van de regelaar naar de camera op voorhand zo goed mogelijk te vermijden. Door het opklappen van het plaatje zijn de bedieningsknoppen van de camera goed bereikbaar en kan deze kort voor de start worden aangezet. Hiermee is het mogelijk om op een eenvoudige wijze de vluchten op beeld vast te leggen.

Inbouw van de apparatuur
Voor de inbouw van de apparatuur is een op het eerste gezicht redelijke cockpitruimte aanwezig. Toch blijkt de ruimte voor alles wat (extra)nodig is krap te zijn en wordt het echt passen en meten. In principe is het mogelijk om de kabels vanuit de vleugelverbinder achter de cockpitverstevigers langs naar voren te leiden. Daar hierover in het bouwvoorschrift niets staat aangegeven heb ik hiervan geen gebruik gemaakt. Pas na het bekijken van een buitenlandse site (www.skytechnologies.net/cularis/assembly ) werd ik op deze mogelijkheid opmerkzaam gemaakt. Het levert eigenlijk ook geen probleem op als dit niet zo wordt uitgevoerd, want de losse kabels leveren nu meer vrijheid op om met de besturingscomponenten wat te schuiven. Zo zie je maar weer: “ieder nadeel heb sijn voordeel”! Wel heb ik de kabels gebundeld en met een extra steun boven in de cockpit aan elkaar gebonden. Bovendien was dit handig om de camera bereikbaar te houden. De regelaar wordt op de afdekplaat van de camera met een tyrap gemonteerd. De draden van de motor lopen daardoor iets omhoog. Om te voorkomen dat ze met de rotor van de motor in aanraking komen worden ze met een beetje secondenlijm aan bodem en wand vastgeplakt. De twee accu’s worden centraal onder de vleugel geplaatst ter hoogte van het zwaartepunt. Hier is voldoende ruimte om met het schuiven van de aandrijfaccu het zwaartepunt in te stellen.

Het vleugelprofiel is redelijk dun en de vier vleugelservo’s worden daarom plat in de vleugel gemonteerd. Profielen voor de montage zijn in de vleugel aangebracht. Voor de rolroeren staan de servo’s met de as naar buiten. Als je ze niet afzonderlijk wilt aansturen, wat overigens wel een voordeel is met deze zwever, dan kun je ze op één kanaal met een splitter verbinden. Ze zullen dan tegendraads reageren, d.w.z. de één omhoog en de ander omlaag. De uitsparing voor de landingskleppen staan echter ook in dezelfde positie, dus beide ook naar de vleugeltippen wijzend. In tegenstelling tot de rolroeren moeten deze natuurlijk gelijk omhoog of omlaag bewegen. Heb je voldoende kanalen op zender en ontvanger vrij dan kunnen ze ook afzonderlijk aangestuurd worden met één van de twee servo’s in “reverse”. Is dit niet mogelijk dan moet een splitter en een pulsomkeerder worden toegepast, bijvoorbeeld de “Servo-Dual-Rate & Reverse-Modul” van Simprop. Het zou echter handiger zijn geweest om in één vleugelhelft de uitsparingen zo te maken dat beide posities (naar binnen en naar buiten wijzend) kunnen worden ingesteld.

De servokabels lopen door een krappe kabelgoot in de vleugel en voor de rolroeren is nog een verlengkabel nodig. Liggers, kabelgoot, en servo's worden afgedekt door een plaat die in de vleugel wordt gelijmd en waarop ook de servo afdekkapjes worden gelijmd. Het geheel ziet er dan gelikt uit, maar, o, o, als je iets moet vervangen of repareren. Op een paar internet forums las ik hierover al het één en ander.

Instelling zwaartepunt en roeren
Het zwaartepunt moet op 74 mm van de vleugelneus bij de aansluiting van de romp komen te liggen. Het punt is op beide kanten van de romp in de vleugel met een paar punten aangegeven. Om het zwaartepunt goed te kunnen positioneren moeten bij gebruik van de standaard aandrijving twee stalen kogels in de staart worden aangebracht. Het is raadzaam deze niet vast te lijmen, want indien het teveel zou zijn, kunnen ze gemakkelijk weer worden verwijderd. De accu’s komen ongeveer ter hoogte van het zwaartepunt in de romp te liggen. De Cularis heeft twee accu compartimenten, één achter in de romp ter hoogte van de vleugelachterrand voor de ontvangeraccu en één ter hoogte van het zwaartepunt voor de aandrijfaccu. Bij het uitwegen voor het zwaartepunt bleek al snel dat bij het plaatsen van een accu in het achterste compartiment het zwaartepunt te ver naar achteren kwam te liggen. Beide accu’s moeten ongeveer ter hoogte van het zwaartepunt, zoals in de bouwbeschrijving is aangegeven, worden geplaatst. Hierdoor wordt de beschikbare ruimte wel beperkt en wordt het toch passen en meten.

De instelling van de roeren wordt als eerste indicatie in de bouwbeschrijving voldoende aangegeven. Voor de tuning en het mengen van functies zijn verder vele vluchten nodig in een rustige atmosfeer, hetgeen door het slechte voorjaar nog niet mogelijk was.

Voor het beschrijven van alle instelmogelijkheden binnen het bestek van dit artikel zouden nog vele pagina’s extra nodig zijn. Hierbij toch een paar tips voor het programmeren van de zender. Allereerst wordt met de combi-switch waarbij het richtingsroer aan de rolroeren worden gekoppeld de besturing wat eenvoudiger. Het gebruik van de flaps voor de landing combineren met een paar graden hoogteroer maakt de daalsnelheid stabieler. De functie CROW (kraaistand, ailerons naar boven, flaps naar beneden) is zeer bruikbaar bij het hellingvliegen. Een tip hierbij is om de mixers zodanig te programmeren dat bij gasstand stationair, de rolroeren een klein beetje naar beneden gaan en het hoogteroer een klein beetje down. Gasstand in het midden, alle roeren staan neutraal.

Gastand volgas, de rolroeren gaan plusminus 25 % naar bo­ven en de landingskleppen gaan plusminus 25 % naar beneden. Het hoogteroer gaat plusminus 10 % naar beneden.

De schakelaar weer uitgeschakeld en alle functies staan weer neutraal, de landingskleppen kunnen nu ook tot bijna 90° naar beneden. Dit kan ook als de genoemde mixers ingeschakeld zijn.

Met deze zenderinstelling is het mogelijk om heel precieze landingen te maken. De Cularis biedt al deze mogelijkheden. Het vraagt echter veel vlieguren in een rustige atmosfeer om dit alles perfect in te stellen. Hoewel het in ons vlakke landje maar beperkt mogelijk is om aan helling zweven te gaan doen zijn bepaalde instellingen ook zeer nuttig in ons vlakke winderige land.

Vliegen
Het is de standaard aanbeveling van elke fabrikant: “Maak de eerste vlucht bij een vrijwel windstille dag. De vroege avond is hiervoor vaak het meest geschikt”. Het is midden februari als de Cularis vliegklaar is. Buiten is het rond het vriespunt met windkracht 4 tot 7, regen en nog meer van die ellende en de dagen zijn kort. Toch maar proberen om in het natte gras een paar foto’s te maken. Met zijn 2,6 meter spanwijdte is ook dat niet in toom te houden. Met jalousie kijk ik altijd naar die video’s waar het nooit slecht weer lijkt te zijn. Wat kun je het als modelpiloot toch moeilijk hebben! In de schuur de functies getest en daarbij valt vooral de kracht van de motor op. Alle losse papiertjes, piepschuim en kleine balsa delen vliegen je om de oren. Toch even de stroomsterkte gemeten en deze bedroeg ca. 32 A. De accu wordt daarbij lauwwarm en het regelbereik is perfect. Kort voor het inzenden van dit artikel de Modelbouw redactie leek het weer even geschikt te zijn.

Klaar voor de eerste start.

Met een niet al te sterke wind en cumuli aan de lucht maar naar buiten met de Cularis. Maar zoals het in dit winderige landje normaal is bleek de windkracht in het open veld toch tussen 3 á 4 Baufort te liggen met korte uitschieters daarboven. Na een eerste start bleek dat de gevoeligheid op het pendelhoogteroer te groot was waardoor er bij deze windvlagen een te groot risico werd gelopen. Resultaat: terug naar de schuur, instellingen wijzigen en wachten op beter weer! Advies: gebruik een goede instelhoekmeter als je met een pendelhoogteroer werkt!

In de korte vlucht is wel gebleken dat de camera opstelling goed is. Helaas vertoonde het beeld nog uitsluitend gras.

Conclusie
Die kerels, maar misschien ook vrouwen, van Multiplex zijn echte vernuftelingen. Ze zijn er de laatste jaren in geslaagd om diverse nieuwe elementen in de vliegtuigmodelbouw met succes te introduceren. Bij de Cularis is hun dit weer gelukt met de geïntegreerde vleugelverbinder. De valkuil is misschien wel dat het te complex en te kwetsbaar gaat worden voor de soms wat ruwe praktijk van het modelvliegen. De praktijk zal dit echter moeten uitwijzen. Verder is het zo dat je met alle inbouwspullen goed moet uitkijken wat je doet en in welke volgorde. In het montagevoorschrift moet dit dan ook nauwkeurig worden aangegeven, maar daar ontbreekt nog wel het een en ander aan. De aandrijfset is ook van uitstekende kwaliteit, want de tornado die deze set produceert doet alleen maar veel vliegplezier vermoeden. Multiplex heeft met de Cularis een zeer innovatieve stap gemaakt in de constructie van grote kunststof zwevers. Alle nieuwe ontwikkelingen zijn in de Cularis geïntegreerd en dat maakt hem ongetwijfeld begeert bij de liefhebbers van zwevers. Met zijn vier-roeren-vleugel is hij ook zeer geschikt voor het hellingvliegen. Met een computerzender kunnen vele gecombineerde roer instellingen worden gemaakt. De bouwbeschrijving geeft hiervoor wel enkele aanwijzingen, maar dit moet in de praktijk worden vastgesteld en hangt van de vaardigheid van de modelploot af. De afgelopen winterperiode leende zich hiervoor niet en voor de ervaringen hiermee kan slecht worden verwezen naar websites waar al het nodige over de ervaringen met de Cularis wordt geschreven.

Praktijk ervaring.

Let op de vleugelvergrendeling
Na een aantal uurtjes vliegen begon ik te twijfelen aan de vergrendeling van de vleugels. Bij landingen bleek dat deze zo ver uit de romp waren geschoven dat de elektrische verbindingen niet meer functioneerden. Onduidelijk was of dit door de landing was veroorzaakt of dat er tijdens het vliegen al iets fout ging. Op een bepaald moment bleek tijdens het vliegen dat de rolroerfuncties naar één zijde niet meer goed functioneerde en de Cularis was nog slechts “met kunst en vliegwerk” ongeschonden aan de grond te krijgen. Hierbij bleek dat de vleugel ver uit de romp was geschoven en de elektrische verbinding volledig was onderbroken.
Bij een nauwkeurige controle van de vergrendeling bleek dat deze bij het achterwaarts aandrukken van de vleugel heel gemakkelijk los liet. De vleugel werd dan nog slecht op zijn plaats gehouden door een lichte klemming in de romp. Hoewel dit niet helemaal goed kan worden beoordeeld lijkt her er op dat de afschuining van de vergrendeling niet hakend is, d.w.z. dat indien er een beetje kracht op wordt uitgeoefend, en zeker als er nog trillingen zijn zoals van de draaiende motor, deze eenvoudig uit elkaar schuift. Alles duidt op een constructie fout. Aanpassing van de vergrendeling was niet mogelijk omdat het met normaal gereedschap niet goed bereikbaar is
De oplossing werd gevonden in wat men een paardenmiddel kan noemen, nl. het met een schroefje en een half stokje van een ijsje vergrendelen van de klem. (zie foto)

Een soortgelijk probleem heeft zich voorgedaan bij Cularis piloot Hennie Wouters van de Modelbouw Club Zevenaar. Hier bleek dat de servoverbinding in de vleugelwortel af en toe haperde. De hiervoor gebruikte servostekkertjes zitten in het zwaarst belaste deel van de vleugel en zijn daardoor blootgesteld aan trillingen en torsie. In combinatie met een te lichte vergrendeling (zie boven) kan dit dan na enige tijd tot een verbreking van de contacten leiden.
De oorzaak werd verder ook toegeschreven aan het gebruik van cyanoacrylaatlijm waarmee de servostekkertjes aan beide zijden in de vleugelverbinder werden gelijmd. Dunne cyanoacrylaatlijm kan hierbij gemakkelijk de contacten vervuilen en daardoor ook een slechte signaaloverdracht veroorzaken.
Het probleem is verholpen door de stekkertjes te vervangen door een MPX-stekker van Multiplex. Deze verbinding is veel robuuster dan de die met de servo stekkertjes. Onderstaande foto geeft het beeld van de modificatie.

Tabel specificaties.

Specificaties en toebehoren

Functie/onderdeel

Eenheid

Afmeting/functie/type

Bestelnr.

Opmerking

Spanwijdte

mm

2610

Romplengte

mm

1260

Gewicht (elektro)

gram

1680

zwever 1400

Vleugeloppervlak

dm2

55

Vleugelbelasting

gram/dm2

30,5

zwever

Besturing

hoogte, richting, rolroeren, motorregeling,flaps

Motor

Himax 3522-0700

33 2633

aandrijfset compleet

Regelaar

MULTIcont BL 37

Accu (aandrijving)

mAh

3/2100

15 7131

Accu (ontvanger)

NiMh

4/1800 AA 2L

15 6010

speciale bouwvorm

Propeller

12 x 6 “

73 3173

2-blads klappropeller

Spinner compleet

73 3183

Mini-schakelkabel

8 5045

met laadstekker

Verlengkabel

600 mm UNI

8 5032

Verlengkabel

400 mm UNI

8 5029

Servo

Tiny-S UNI (2x)

6 5121

hoogte en richting

Servo

Tiny-S UNI (4x)

6 5120

rolroeren en flaps



contact | © 2016