ICONA5 van Parkzone

Het model

ICONA5

Een imposante verschijning: De Parkzone ICONA5 (PKZ5875) is het eerste watervliegtuig in de Parkzone Collectie. Het kan niet anders zijn dan dat Parkzone met de ontwikkeling van de ICONA5 nauw heeft samengewerkt met ICON Aircraft Inc. in Los Angeles. Dit is te merken aan de schaalnauwkeurigheid en de vele details. Het model is met een spanwijdte van 1360 mm een lengte van 890 mm en een gewicht van 1230 gram een relatief klein model, zeker voor het watervliegen. Daarbij staat Parkzone bekend om de betrouwbare vliegeigenschappen van hun modellen. De verwachtingen waren dus hoog.
De ICONA5 wordt in een mooie veelkleurige doos geleverd. In de doos zit een waar kunstwerk van piepschuim om alle onderdelen van het model veilig en schadevrij over de hele wereld te kunnen transporteren. Dit kunstwerk is zeker geslaagd, want aan het model waren geen beschadigingen te ontdekken.

De etalagedoos van de ICONA5.

De ICONA5 is geperst in hardschuim, het bekende Z-foam, dat door Parkzone al jaren wordt toegepast op hun modellen zoals de HABU, Thunderbolt,  Stinson Reliant (MBA 138), etc. waarmee het de geschiktheid voor vliegtuigmodellen heeft bewezen. De producenten slagen er ook nog steeds beter in om de oppervlakte van hun vormen steeds gladder te maken en dat is bij dit model zeer geslaagd. Het is strak en glanzend, hetgeen hier zeker belangrijk is omdat het een amfibievliegtuig betreft. Water mag daarbij niet te veel aan de romp blijven kleven of er in doordringen.

De ICONA5 met het vaste onderstel. Dit onderstel kan met een paar schroefjes worden verwijderd om het geschikt te maken voor het watervliegen.

Het geteste model is de BNF (Bind aNd Fly) versie. Tot de leveringsomvang behoren naast de geschuimde grote delen,  de ingebouwde buitenloper uit de 480 klasse met 960 kv,  Spectrum AR600 DSM2 ontvanger met reeds aangesloten verlengkabel voor de bindingsstekker, de E-flite 30A BEC regelaar en de vier microservo’s. Alle servo’s, met uitzondering van die van het hoogteroer, zijn al in de romp aangebracht, aangesloten en afgesteld. Los bijgeleverd zijn een 3S-2200 mAh 25C LiPo, een 2,5 A lader, het onderstel, een 3-blads duwpropeller met spinner  en verder alle kleine onderdelen. Aan de hand van de eenvoudige, maar duidelijke montagebeschrijving kan het model probleemloos worden gemonteerd. Op de zender na is dus alles in de doos aanwezig. De PNP (Plug aNd Play) versie is spaarzamer uitgevoerd en alleen voorzien van de ontvanger en de aandrijfset. Als de resterende onderdelen al in het bezit zijn dan is de PNP versie zeker een optie. Als zender kunnen de full-range 2,4 GHz Spectrum DSM2/DSMX worden toegepast. Voor deze test is in eerste instantie de meest eenvoudige vierkanaals Spectrum DX4e gekozen die in het pakket van de Super Cub van Hobbyzone wordt geleverd (MBA 142) om te kijken in hoeverre het mogelijk is om dit super moderne model met de goedkoopste spullen, het is immers crisistijd, te kunnen laten vliegen.
De hoofdwielen worden onder de drijverlichamen bevestigd en het neuswiel door een reeds aangebrachte bus in de neus.  De hoofdwielen zijn vrij klein en zullen op gras wel enige problemen met de bestuurbaarheid geven. Omdat het stormachtige weer het voorlopig niet toeliet om het water op te zoeken zijn de eerste tests uitgevoerd met het onderstel op het grasveld van de vliegclub.

Op het gras staan de kleine wieltjes al gauw tot de assen op gradtop hoogte. Dit resulteert in een langere aanloop dan op een harde baan, maar de bestuurbaarheid bijft goed.

De grootste vijand voor de elektronica in het model is natuurlijk het water. De ontwerpers hebben er daarom voor gezorgd dat de accu, zender en regelaar optimaal zijn beschermd door deze hoog in de romp te plaatsen. Daar de ontvanger zo moeilijk bereikbaar is zijn hierop reeds de aansluitingen voor de servo’s en regelaar aangesloten.

De montage

Met de sobere, maar duidelijke montagebeschrijving op tafel hoeft het monteren geen problemen op te leveren. Dit kan, inclusief het binden van zender en ontvanger, zonder moeite in een uurtje worden uitgevoerd en ondertussen kan de accu worden opgeladen. De DX4e zender kent slechts de omkeer functie (reverse). De beweging van de roeren moet dus goed worden gecontroleerd. Deze bleken goed overeen te komen met de waarden uit de bouwbeschrijving. In de neus kan nog een led-setje worden geplaatst, maar deze was nog niet beschikbaar voor de eerste tests. Het zal ongetwijfeld een extra dimensie aan dit mooie model geven. (Overigens: dit setje is te vinden bij E-Flite producten en wel onder de nummers EFLA 600 voor de controller, EFLA 613 voor de verlengkabel en EFLA 603 voor de blauwe LED’s).

De cockpit is fantastisch uitgevoerd met een tevreden kijkende piloot op de linker stoel. De cockpit is geheel waterdicht en bij alle starts is geen lekwater in de cockpit geconstateerd.

De cockpit vormt één geheel en is aan de randen van een afdichtingring voorzien. Deze plakte een beetje en is daarom met siliconenolie ingespoten. Het dicht daardoor ook nog extra af. De cockpit wordt met een paar paspennen in de neus en twee sterke magneten aan de vleugelzijde op zijn plaats gehouden. Het lossen van de cockpit is weer op de meest simpele wijze met een tapje uitgevoerd. Door het grote cockpitraam, dat in rookglas is uitgevoerd, kan men het goed verzorgde interieur bewonderen alwaar zich een tevreden kijkende piloot achter de stuurknuppel heeft genesteld. Kennelijk nog wachtend op zijn medepassagier, want de rechterstoel is leeg.
De motor is bovenop de vleugel geplaatst en hierop behoeft alleen nog de driebladsduwpropeller met spinner te worden gemonteerd.

De ICONA5 is van een krachtige buitenloper voorzien met een drieblads propeller.

De twee vleugelhelften worden door een koolstofbuis met elkaar verbonden en vervolgens met twee schroeven, die in een kunststof bevestigingsstuk worden geschroefd, met de romp vergrendeld.
De aansluitingen voor de rolroerservo’s steken aan de beide zijden van de romp uit en kunnen met de servokabels van de vleugeldelen worden verbonden en in de vleugelwortel worden opgevouwen
Het stabilo met hoogteroer wordt eveneens met twee boutjes op het kielvlak bevestigd.
De rompboot is waterdicht afgewerkt en het risico op het inlekken van water is bij normaal gebruik bijna uitgesloten. De plaatsing van de elektronische componenten is zodanig dat bij het eventueel toch binnendringen van water, dit geen direct gevaar oplevert.
Het onderstel is geheel voorgemonteerd en kan met enkele kleine boutjes op de montagepunten worden vastgezet.
Voor het transporteren behoeven slechts de twee boutjes te worden losgenomen. De ICONA5 is daardoor compact te vervoeren en geschikt om als vakantiemodel meegenomen te worden.

Vanaf het gras stijgt het model zeer stabiel op .............

Vliegen

De geteste versie is de PNP uitvoering, geleverd met 30A regelaar en brushless motor. Om te kunnen vliegen heb je minimaal een 4 kanaals zender/ontvanger nodig, 11.4V 2200 mAh 3S 25C LiPo en lader. Het model is echter getest met drie verschillende zenders, zie hiervoor het kader “Zenderkeuze”.
Om de “range check” uit te kunnen voeren en het vlieggedrag te leren kennen zijn de  eerste tests op land uitgevoerd. De roeraansluitingen zijn overeenkomstig het montagevoorschrift en lijken wat groot, maar kunnen met de DX4e zender niet worden bijgesteld omdat deze zender die functies niet heeft. De besturing leverde in alle hoeken van het veld geen probleem op, maar als snel werd hierbij duidelijk dat de kleine wieltjes het moeilijk hebben met het gras en de oneffenheden. Af en toe blijft het steken en bij het geven van een dot gas gaat het door de propeller torque over links kantelen. Het starten moet dus met beleid gebeuren. Met rookie Melle werd een vloeiende startprocedure afgesproken en dus ging hij ook de eerste vlucht maken. Hierbij wordt in de eerste fase wordt juist voldoende gas gegeven om het model te laten rollen. Er ontstaat dan enige lift en de roeren kunnen hun functie gaan vervullen. Geef dan geleidelijk meer gas bij en verklein het hoogteroer geleidelijk ongeveer ⅓ tot ¼  van de volle slag. De snelheid loopt op en na 25 tot 30 meter zal het loskomen.

.................. en ook het landen is geen probleem.

Eenmaal in de lucht gedraagt de ICONA5 zich stabiel en correcties met de trims konden vooralsnog tot een paar klikjes beperkt blijven. Wel was de besturing vrij direct en met een vlagerige wind was het opletten. De eerste vlakke achtjes konden echter correct worden uitgevoerd en na enig heen en weer vliegen voor de foto’s en om de overtreksnelheid te testen moest worden geland met, naar schatting, nog voldoende power in de accu om een paar doorstarts te kunnen maken. Op een meter of vijf hoogte werd de rand van het veld benaderd en toen bleek dat bij de overgang van een korenveld, een sloot en het gras van het veld meer turbulentie aanwezig was dan op grotere hoogte. Dit veroorzaakte een onverwachte instabiliteit die maar ternauwernood gecorrigeerd kon worden en hierbij werden de tekortkomingen van de eenvoudige DX4e zender die merkbaar. In een noodsituatie wordt vaak overgereageerd hetgeen dan weer tot het volgende probleem leidt. Met wat meer gas en een beetje “up” kon nog wel schadevrij worden geland, maar het was zeker geen modellanding, maar zogezegd: “met de hakken over de sloot”. De vleugelbelasting bedraagt ongeveer 60 gr/dm2  en dit vergt een wat hogere landingssnelheid dan bij de meeste schuimmodellen.

De ICONA5 schept bij de landing een wat hooghartig aristocratisch beeld.

Bij de landingssnelheid dient hiermee rekening te worden gehouden. Met deze ervaringen verliepen de volgende starts en landingen meer “volgens het boekje”. Hoewel de ICONA5 bepaald niet is ontworpen om er kunstvlucht figuren mee te vliegen kon de uitdaging niet worden weerstaan om het toch maar te proberen, dus maar de eerste loopings proberen. Nou dat lukte wel, maar hierbij was wel duidelijk te merken dat we met een duw aandrijving te maken hebben met een duwkracht die boven en achter het drukpunt en zwaartepunt ligt. De trekkracht van een propeller in de neus die in de langsas van het model werkt en de voorwaartse beweging stabiliseert is hier afwezig en daarvoor zijn er nu aandrijfkrachten die momenten om de top- en dwarsas opwekken. Bovendien is bij dit model de afstand van het drukpunt tot het kielvlak erg kort waardoor de werking van het richtingsroer geringer is dan bij een kunstvlucht model.
De ICONA5 is een model dat bij de vrienden modelvliegers door de uiterlijke verschijning de aandacht trekt door zijn moderne en uitdagende vormgeving, zowel op de grond als in de lucht.

Watervliegen

Met de ICONA5 moet natuurlijk op het water worden gevlogen en dit was na het landvliegen de volgende uitdaging. Om, alvorens we, de fotograaf, kleinzoon en ik, naar het water zouden gaan, het risico op schade en een bad in het koude water te beperken hebben we ons dus in eerste instantie toegelegd op het starten en landen op gras maar hierbij wel in gedachten genomen hoe het zou moeten gaan als dit op het water ging gebeuren. Voor het beschermen van de onderkant van de romp wordt een schuimrubberen steun meegeleverd. Deze is niet alleen praktisch op het strand, maar geeft ook bescherming tegen scherpe delen als schelpen of glas die de afbreekhoek van het bootlichaam (dit is de verspringing in het drijflichaam die moet voorkomen dat het aan het water blijft “plakken”) kunnen beschadigen.
De weergoden waren ons echter al lange tijd niet goed gezind. Na meerdere verkenningen aan het strandje aan het Zuidlaardermeer bleken er overwegend golven met schuimkoppen aan te komen rollen. Veel wind, zo ongeveer windkracht 4 tot 5 bij vlagen (de wind in het noorden is overigens zelden zwak) en dus te hoge golven op het mooie strandje. Daarbij komt nog dat bij een aanlandige wind dit over de volle lengte van het meer komt aanzetten en juist aan het strand de hoogste golven, deining en schuim ontstaan. Toch komt er dan een moment dat je de verleiding niet kunt weerstaan en het, meestal tegen beter weten in, toch maar gaat proberen. De ICONA5 ligt diep in het water en volgt daardoor iedere golfbeweging. Dan maar een plekje in de luwte achter een landtong gezocht. Om te bekijken of het als amfibie gebruikt kon worden werd voorlopig het onderstel gehandhaafd ook om het eventueel op een hard gedeelte van het strand te kunnen landen, mocht er iets niet goed gaan. De watertemperatuur lag nog omstreek 13º C en te moeten zwemmen leek me ook geen aantrekkelijke gedachte. Zo ver kwam het echter niet, want al snel bleek dat
door wind en golven iedere poging om te starten al bij voorbaat tot een mislukking was gedoemd.

Toch werd er veel van geleerd. Het gebrek aan vaste grond onder de wielen maak dit lichte model op het woelige water al gauw tot een speelbal van de wind. Het heeft wel de neiging om, door de werking van het kielvlak, met de kop in de wind te draaien, maar golven en wervelingen verstoren dit weer even snel waardoor het onbestuurbaar wordt. Indien het dan enigszins dwars op de wind komt te liggen gaat het snel op één vleugel hellen met de vleugeltip in het water. Dit is met het rolroer te corrigeren maar heeft dan tot gevolg dat de andere vleugeltip onderduikt. Hierbij komt nog dat de torquewerking van de propeller de linkervleugel heel gemakkelijk onder het wateroppervlak drukt. Een effect dat we bij een veldstart al onderkenden. Op het water moet dus nog veel geleidelijker gas worden gegeven en hier doet zich ook het gebrek voelen van een roer. Dit zou zeer eenvoudig te realiseren zijn als de fabrikant voor het watervliegen een vervanging van het neuswiel door een roertje in het ontwerp had meegenomen. Inmiddels wordt hieraan eigenhandig geknutseld.
Als amfibie blijkt verder dat de wielen te klein zijn voor een zachte of modderige ondergrond en lopen hierin dus vast. Op een betonnen boothelling zal het mogelijk best goed gaan, maar aan dit strandje lukte het niet. Verdere pogingen werden, in afwachting van gunstiger weersomstandigheden, voorlopig dan ook maar gestaakt.
De tweede poging werd ondernomen op het strandje bij de plaatselijke zandafgraving. Door de omringende bebossing was het s’avonds strak water waardoor de besturing goed in de hand kon worden gehouden. Wel werd duidelijk dat bij lage snelheid de invloed van de zwakke wind weer overheersend was op de koers van het model, maar ook dat er de neiging bestond om de rechter zijde langer in het water te houden. Bij nadere controle bleek dat de afbreekkant van het rechter drijflichaam enigszins was beschadigd. Nadat dit was gerepareerd was het verschijnsel verdwenen. Pas bij volgas kon beheersbaar worden gestuurd en kwam de ICONA5 in vol plané. Het effect van het richtingsroer is hierbij fors en er moet behoedzaam gecorrigeerd worden met de rolroeren, dit om te voorkomen dat een vleugeltip onder water gaat. Met een beetje “up” kan het dan uit het water los komen. Door de grotere weerstand op het water dan op gras bedraagt de aanloop zeker wel 50 tot 60 meter en door de hoge aarden randen met daarop de bomen kon veiligheidshalve niet worden doorgestart, maar ondanks deze hindernissen is het wel een indrukwekkend gezicht om de ICONA5 met een flinke boeggolf op het water te zien of laag over het water scheert. 

Conclusie

De ICONA5 van Parkzone is, zoals het origineel, een zeer geslaagd ARF amfibie/watervliegtuig. Het is een modern, eigenlijk futuristisch, model dat met deze vormgeving velen zal aanspreken. Het kan in de BNF en PNP uitvoering geleverd worden en is zeer ver voorgemonteerd. Alleen de onderdelen die niet verpakkingsvriendelijk gemonteerd kunnen worden leveren de koper nog wat montagewerk op. Het schuimmateriaal is van goede kwaliteit met hier en daar nog een braampje die vanwege de reeds aangebrachte laklaag niet weggewerkt kon worden. Vleugels en stabilo zijn gemakkelijk te demonteren waardoor het compact te transporteren is en mee kan op vakantie kan naar rustige wateren.
De vliegeigenschappen zijn overwegend neutraal, maar met de bijzondere eigenschappen van een drukpropeller dient wel rekening te worden gehouden. De ICONA5 heeft gunstige, welhaast ideale, water en wind omstandigheden nodig om vanaf het water te kunnen starten en landen. Een optie om dit te kunnen verbeteren is mogelijk het vervangen van het neuswiel door een roertje. Desondanks blijft het een
mooi beeld om dit model op het water te hebben en een uitdaging om het van hieraf te starten en landen.

Watervliegen is leuk en levert prachtige beelden op, maar let op! Op die mooie rustige dagen zijn er veel waterliefhebbers die hun eigen spel op of in het water spelen. Kies dus met beleid een plek waar geen risico's voor het publiek worden genomen.

Watervliegen heeft zo zijn eigen beperkingen en ervaren moet worden onder welke condities vanaf het water gevlogen kan worden. Weer- en water omstandigheden hebben het watervliegen in deze zomer sterk belemmerd. Als je alle foto’s in bladen en site’s bekijkt dan is het altijd op bijna rimpelloos water en daar waren we deze zomer in het noorden des lands helaas niet mee gezegend. Vliegen vanaf het water is leuk, heel leuk zelfs, maar het kent zijn beperkingen, kies daarom de locatie met beleid. Voor zover mij bekend kennen we in ons land geen wateren die gereserveerd zijn voor het modelvliegen op het water, zoals de modelvliegveldjes op het land. De geschikte locaties zijn vrijwel uitsluitend openbaar terrein en dat betekent dat er mensen, met of zonder dieren, kunnen komen die de vliegbewegingen niet kunnen inschatten, volgen, of zelfs waarderen. Juist in een periode dat het weer geschikt is voor het watervliegen zullen vele andere waterliefhebbers van dezelfde waterkant gebruik willen maken. Hier ligt dus een grote verantwoordelijkheid voor de modelpiloot om de veiligheid van onze sport te waarborgen.

Zenderkeuze.

De instappakketten van Horizonhobby zoals de Super Cub van Hobbyzone en de Apprentice van      E-flite worden met bijpassende zenders geleverd. Bij de gevorderden modellen zoals deze ICONA5 van Parkzone is dit niet het geval en zal er een zender bij gezocht moeten worden. Dit kan een zender zijn die al in je bezit is of eentje die nog moet worden aangeschaft. Wat is dan de keuze?

De zenders waarmee de ICONA5 is gevlogen. Het behoeft geen betoog dat er met de meest geavanceerde (DX7s) zender eenbeter vlieggedrag te realiseren is dan met een eenvoudige uitvoering (DX4e).

Om hierover iets te kunnen zeggen is de ICONA5 getest met drie verschillende zenders. Twee uit de laag geprijsde categorie met een prijskaartje van tussen de € 25,00 en € 75,00; de DX4e en de DX5e en een zender uit de gegoede middenklasse de DX7s van rond de € 275,00; alle drie van Spectrum. De DX4e is de meest eenvoudige zender en heeft geen instelfuncties zoals: expo, dual-rate, modelgeheugen of mengfuncties, wel reverse. Met deze zender zijn zonder problemen naast de ICONA5 meerdere modellen gevlogen. De ietwat geavanceerdere DX5e heeft als extra de dual-rate functie. Beide modellen hebben nog een aparte schakelfunctie voor landingskleppen (Stinson Reliant) of het afwerpen van “flower boms” of een parachute (Super Cub) en een instructeur<>leraar schakelaar. Door het ontbreken van elektronische correcties via de zender wordt het vliegen vaak wat hoekig en nerveus en verder moeten, bij wisseling van een model de instellingen steeds weer worden aangepast.
De DX7s is een door Spectrum totaal nieuw ontworpen zender met alle programmeer functies voor een vliegtuigen en heli’s, maar heeft daarentegen een prijskaartje van rond de €  275,00 inclusief een acht kanaals ontvangen met satelliet ondersteuning en telemetrie aansluiting, SD geheugenkaart voor 20 modellen, lader en draagband. Daarbij beschikt het over een uiteenlopend scala aan mengfuncties die het vliegen een stuk soepeler maken. Om dit uit te testen zijn voor de ICONA5 twee modellen ingevoerd: één voor het vliegen vanaf gras en de ander voor het vliegen op water.
Conclusie is dat het vliegen met de eenvoudige zenders zeer wel mogelijk is, maar dat de DX7s een verfijndere afstelling van het model mogelijk maakt en dus onder verschillende omstandigheden een beter vliegbeeld zal opleveren. Daarbij zijn alle drie modellen uiterst betrouwbaar gebleken.

ICONA5



contact | © 2016