Leren vliegen met de RC-heli,

een technische en ultieme uitdaging.

Auteur : Kees van der Meij; foto’s; Laurens Thomas / Kees van der Meij;
Instructeur: Albertino Doomen (RCHeliparts)

Deel 2

Het eerste leerproces
Inmiddels hebben we de eerste instructiedag zoals aangegeven in ModelbouwAktueel 147 achter de rug. En belofte maakt schuld. Lees en huiver (nou ja…).

In deze artikelenserie zal vermeden worden dat het een droge opsomming wordt van allemaal technische termen en items. Wat we proberen te doen is de passie, beleving en vooral het enthousiasme over te brengen, door gewoon te laten zien hoe het gaat. Opgemerkt moet worden dat, hoewel we hier te gast zijn bij RC-Heliparts, dit niet de enige locatie in Nederland en Belgie is waar je op een goede manier kunt leren helivliegen. Bij de collega Flycam in Lexmond kun je ook uitstekend terecht (www.flycam.nl). Per locatie kan de aanpak van het leren helivliegen weliswaar verschillen, maar er is evenzeer geduld, tijd en aandacht op de andere locaties aanwezig.
(Opmerking FunFly redactie: Ook bij de vele modelbouwclubs kun je terecht om het helivliegen te leren).
Op de bewuste zaterdag melden Rob Jonker en Jeroen Lak zich om 10 uur bij Albertino in Bosschenhoofd. Beiden hadden hun Blade 300 X BNF (BLH4580) inclusief de Spektrum DX7S zender meegenomen op de balie uitgestald. De beide “Big Smiles” beloofden wat. 

De beide “Big Smiles”, Rob Jonker en Jeroen Lak. melde zich bij RC-Heliparts voor de eerste vlieglessen.

De Start
Aangezien beiden nog geen kennis hadden hoe de nodige instellingen en het binden tussen zender en heli moest gebeuren was dat de eerste stap die moest worden doorlopen. Hoewel de Spektrum techniek is dermate goed, dat binden tussen zender en model voor een groot deel automatisch gebeurt bleek dat het instellen en binden toch eerst door de begeleider moest worden ondersteund. Bij RC-heli’s luistert dat heel nauw, en indien de verschillende functies niet exact op elkaar worden afgestemd en vooraf getest, kunnen er bij de eerste vluchten gemakkelijk problemen ontstaan. Het is dus belangrijk om hiervoor ruim de tijd te nemen, de handleidingen goed te lezen en eerder drie keer dan een enkele keer te testen. Wees er zeker van dat alles naar behoren werkt. Op den duur ontwikkel je daar routine en ervaring in, maar een beginner heeft dat uiteraard nog niet.

Voor het synchroniseren van de zenders worden de stuurreacties op de heli exact op elkaar afgestemd.

Voorzichtigheid inbouwen
De eerste stap bij het leren helivliegen is, misschien ook wel de moeilijkste: het hoveren. En hier blijkt gelijk een bepaalde wijze van aanpak die van instructeur tot instructeur verschillend kan zijn. Albertino kiest er voor om onder de Blade 300 X BNF een simpel onderstel te monteren, bestaande uit een tweetal zeer flexibele poten, die aan de vier uiteinden zijn voorzien van evenzoveel zachte hard oranje plastic ballen. De twee poten, die hierdoor heen gestoken zijn en onder een hoek van 40 graden onder het middelpunt van de kruising gebogen zijn, vormen op die manier een onderstel, dat op het grasveld de onbedoelde schokken bij het landen opvangen en schade aan het landingsgestel van de heli zelf voorkomen. Ook voorkomt het grotendeels het omslaan van de heli en beschermt daarmee ook de kwetsbare rotorbladen. Daarnaast vergroten de plastic ballen de zichtbaarheid tijdens het vliegen, wat een voordeel biedt bij het leren volgen van de heli tijdens de vlucht. De heli wordt op dit onderstel vastgezet met ty-raps, maar dit dient zorgvuldig en exact in het middelpunt te gebeuren, om een rustige vlucht te kunnen garanderen. Het is dus niet iets dat je zelf moet doen, maar laat dit over aan de instructeur. Tijdens de eerste vluchten bleken inderdaad de voordelen van deze werkwijze.

Het trainingsonderstel wordt precies centraal onder de heli'gemonteerd en met Ty-raps bevestigd. De gele schuimsubber ballen dempen de stoten bij een robuste loanding. Bovendien staan de poten verder uit elkaar dan die van de originele skids waardoor het kantelen van de heli deels kan worden voorkomen.

Logboek
Hoewel niet elke helivlieger de vluchtgegevens nauwgezet van zijn model zal vastleggen, wordt bij RC-heliparts wel een logboek bijgehouden van elke heli die tijdens de instructievluchten wordt gebruikt. Met name de vliegtijden, het onderhoud, wisseling van accupacks en vervanging van onderdelen worden hier in bijgehouden. Vergelijk het maar met het onderhoudsboekje van een auto. Als je die geen onderhoud geeft, zegt die op een gegeven moment ook gewoon “doei”. Ook de voortgang van de geleerde vaardigheden kan op een dergelijke wijze uitstekend worden genotuleerd. Het zal per instructeur en/of locatie verschillen hoe dit zal worden aangepakt, maar dat een dergelijke basis onontbeerlijk is voor een goede begeleiding van de cursist, staat buiten kijf.

Het logboek zoals door RC-Heliparts wordt gebruikt.

Koppelen van zender instructeur aan zender cursist
Bij de voorbereidingen is er de nodige aandacht geweest voor het koppelen van de zender van de instructeur aan die van de cursist. Hierbij blijkt het voordeel van twee gelijke zenders, waarbij de cursist zijn eigen zender gebruikt. Je leert hiermee dus alle handelingen te verrichten waarmee gelijk een heel stuk routine wordt opgebouwd. Hiermee wordt aangeleerd, de heli met je ogen continue te volgen, terwijl je blindelings leert de zender te bedienen zonder er naar te kijken. Zeg maar het blindtypen principe.
Beide Spektrum DX7S zenders worden aan elkaar gekoppeld via een instructeurskabel. In dit geval zijn de zenders dus fysiek met elkaar verbonden. En dat vereiste inzake de synchronisatie in de voorbereiding enige tijd en zorg. Beide Spektrum DX7S zenders moeten exact dezelfde stuursignalen naar de heli zenden opdat er geen verschil is in de reactie van de heli.  De DX7S van de instructeur moet altijd en op elk moment, zeg positie van de heli, kunnen ingrijpen op een voor hem bekende wijze. Omdat de ene DX7S van de instructeur als leidend wordt ingesteld ging hier in het instellen van de leerling zender de nodige voorbereidingstijd zitten.

De eerste vlucht
Vervolgens op naar buiten. Op RC-heliparts locatie hebben we de beschikking over een grote achtertuin van een 200 bij 200 meter welke vierkant omzoomd is door een hoge bomenrij en huizen. Tussen dat vierkante vrije terrein zonder obstakels en door de gunstige omzoming ook een redelijke beschutte plek. Reden waarom we dit aanstippen: voor het leren vliegen, maar zeker voor helivliegen moet niet op de ruimte bespaard worden. Bij een ongecontroleerde beweging zit je zo tien tot twintig meter verder of hoger!
Maar goed, Rob kreeg de laatste aanwijzingen van Albertino, het eerste accupack werd geïnstalleerd, de Blade 300X BNF op het grasveld gezet en dan komt het moment van de eerste vlucht. Op foto 10 is goed te zien wat al eerder is beschreven. Er wordt aangeleerd steeds de heli met de ogen te blijven volgen en de zender moet blindelings bediend kunnen worden. Aandachtspunt: zorg voor een goede zonnebril, die ook de ogen volledig omsluit (dus geen model ziekenfondsbrilletje). Het is een 100% vereiste dat de cursist de heli continue blijft volgen. Aangezien fouten direct worden afgestraft  mag de aandacht op geen enkel moment verslappen.
Na het afnemen van de kap kan de accu voor op het frame worden geplaatst en bevestigd met een klittenband.

Zichtbaarheid tijdens de vlucht
In voorbereidingen werd ingegaan op het onderstel dat aan de Blade 300X BNF werd gemonteerd. En dan blijkt ook een verschil in werkwijze per instructeur. Er zijn namelijk twee opties, ofwel je leert hoveren op lage hoogte, zeg maar een meter boven de grond, ofwel de instructeur kiest ervoor om gelijk naar acht tot tien meter hoogte te gaan, met de mogelijkheid om bij foute manoeuvres van de cursist, zelf de tijd te hebben om te kunnen ingrijpen. Albertino kiest voor het laatste. En om de zichtbaarheid, ook voor de cursist, te verbeteren, is genoemd onderstel een uitstekend hulpmiddel. Op de foto’s 12 en 13 is dat duidelijk te zien.

Deel 3 wordt vervolgd met de eigen ervaringen van Rob eb Jeroen. Maar een paar dingen willen we jullie alvast niet onthouden. Aan het einde van de vliegdag konden in het logboek 5-6 vluchten van elk 5-8 minuten geregistreerd worden, in totaal ruim een half uur vliegtijd. Voorwaar geen slecht begin.
Maar veel belangrijker. Tijdens de terugrit waren twee “pokerfaces” te zien op de gezichten van Rob en Jeroen. Een glimlach van oor tot oor. “Schitterend”,  “geweldig”, “fascinerend”, waren een paar uitdrukkingen, die door de auto vlogen. En dat betekent voor ons als organisator, dat we de juiste snaar geraakt hebben. Passie, beleving en enthousiasme overbrengen in de modelbouwhobby, daar doen we het tenslotte voor.

Is dit de toekomst voor de cursisten? Grasmaaien met de heli rotor.



contact | © 2016