De modelvliegsport in de jaren vijftig - zestig

Modelvliegsport in de jaren zestig. Wedstrijden met zwevers.Wie kent de personen op deze foto? (info@funfly.nl)

De modelvliegtuigsport: is het hobby of sport? Deze vraag kan soms aanleiding zijn tot verhitte discussies. Maar als bijvoorbeeld dammen ook als sport wordt aangemerkt dan mag dit zonder enige vooringenomenheid ook voor de modelvliegsport gelden. De huidige modelvliegsport is een zeer technische sport waarbij niet alleen een grote mate van technische kennis en vaardigheid nodig is, maar ook een zeer goed ontwikkelde oog-hand coördinatie.  
Nauwelijks waren de pioniers van de beginperiode van de luchtvaart doende hun schuchtere pogingen te wagen om met hun primitieve vliegtuigmodellen de vliegkunsten te ontwikkelen  of er waren al lieden die hun best deden daarop min of meer gelijkende modellen vrij, dat wil zeggen zonder besturing, te laten vliegen.
Vooral in het begin meende men deze modellen te kunnen gebruiken om op eenvoudige, goedkope - en vooral ongevaarlijke wijze honderden problemen van draagkracht en stabiliteit op te lossen. Maar al spoedig kon dat niet meer omdat de vraagstukken die de vliegtuigbouw stelde vroegen om kostbare windtunnels en academisch onderzoek. Toch: de modelvliegerij groeide als een autonome tak van vliegkunst en, naar mate de ervaring toenam, kregen de baanbrekers gezelschap van vele jonge en oudere collega's die hierin niet zo zeer wetenschappelijk experimenten zagen maar en of ook een aantrekkelijke hobby die bijzonder geschikt was om te voldoen aan hun behoefte aan een praktische een bezigheid gecombineerd met de mogelijkheid hun vernuft en initiatief te ontwikkelen. De modelvliegsport, de naam zegt het al, kent twee takken. Aan de ene tak  groeien en bloeien de bouwers en aan de andere tak manifesteren zich de vliegers. Vaak is een grens niet te trekken maar binnen iedere modelvlieg club kant met deze leden.

Foto uit 1966. De schrijver dezes met de romp van de Impuls. Een ontwerp van Evert Kreulen.

Ondanks de enorme technische ontwikkeling die de modelvliegsport de laatste jaren heeft doorgemaakt is het vandaag de dag nog steeds zo. De modelvliegtuigbouwer is een creatief en handvaardig persoon die graag met eigen handen iets nieuws wil scheppen, die juist de behoefte gevoelt het nu eens niet langs de gemakkelijkste weg te doen, maar zijn doel wil bereiken van experiment op experiment. Mag het dan soms leiden tot vergissingen; mislukkingen erkent hij niet, want het is juist vaak dàn dat hij een nieuwe weg vindt die het doel nader brengt.
De piloot is meer een buitenmens, een liefhebber van snelheid en beweging en risico's en uitdagingen niet uit de weg gaat  en van spanning houdt.
Al behoeft men zeker geen bijzonder mens te zijn om met succes de modelvliegtuigsport te beoefenen, deze sport vraagt wèl een flinke portie vasthoudendheid en veerkracht tegen onvermijdelijke teleurstellingen. Want het vraagt een groot acceptatievermogen wanneer een mooi model ernstig wordt beschadigd of blijkt minder goed te zijn dan men had verwacht. Wanneer zulke tegenslagen hem te veel worden dan doet hij beter een andere hobby te kiezen!
Maar dit behoeft hem niet af te schrikken, want het is zeker niet zo dat dit tot de regels van het spel behoort: naast de onvermijdelijke "kraken" geniet hij van vele geslaagde vluchten en niet minder van het met zoveel zorg en overleg opgezette werk dat in vrije tijd onder zijn bezige handen is gegroeid en op het veld tot leven is gebracht..

Op zoek naar nog betere prestaties werd de spanwijdte van de Beta vergroot naar 2, 4 meter. Het resultaat leverde helaas in de start al een vleugelbreik op. De oorspronkelijke constructeur van Graupner wist het toch beter. De Beta vliegt echter nog steeds, maar dan wel metr de oorspronkelijke vleugels.



contact | © 2016