De StuntMaster van Multiplex

Tekst : Albert Bergman
Foto's : Multiplex (MPX) en Albert Bergman

Inleiding

Al meer dan een decennium zijn ze op de markt: "de schuimpjes". Door de oerechte modelbouwers eerst nog wat meewaardig bekeken als minderwaardige modellen die eigenlijk de aanduiding modelvliegtuig niet zouden mogen dragen. De "echte" modellen worden immers in vele knutseluren gemaakt van balsa, vliegtuigtriplex berkenhout en met kunststof folie of zijde bespannen. Daarna, en tegen veler verwachting in, zijn er allerhande soorten modellen in een ver gevorderd stadium van voorbewerking, de zogenaamde ARF (Almost Ready to Fly) modellen, op de markt gekomen. Aanvankelijk werden ze gemaakt van styropor, een licht, maar hard, bros en moeilijk te lijmen materiaal. Een van de eerste modellen was bijvoorbeeld de saai-grijze TwinStar van Multiplex. Deze staat overigens nog steeds in de Multiplex catalogus, maar is nu uitgevoerd in een verbeterd soort schuim dat met de fabrieksnaam ELAPOR® wordt aangeduid en een soort "Expanded Poly Propyleen"; ofwel EPP is. Zoals gebruikelijk worden over dit materiaal minimale bijzonderheden verstrekt: fabrieksgeheim. Doet er ook niet toe het heeft zich als uitermate geschikt voor modelvliegtuigen bewezen. Het is veel taaier en gemakkelijk te verlijmen met secondenlijm. Inmiddels is ook de ontwikkeling van met koolstof- en glasvezel versterkt EPP voor de modelbouw op gang gekomen en heeft dan ook een enorm aantal prachtige modellen tegen een alleszins redelijk prijs opgeleverd.
Multiplex heeft aan de wieg gestaan van deze ontwikkelingen en dit in een vroegtijdig stadium toegepast. Een van de laatste Multiplex modellen uit deze kraamkamer is de StuntMaster, een kunstvlucht en 3D model.

De StuntMaster.

Het model is zowel bedoeld voor het indoor- als het outdoor vliegen. Het monteren kan binnen een uurtje afgerond worden.  Met een vleugelbelasting van minder dan 15 g/dm2 is het een ideaal model om de standaard kunstvlucht figuren te gaan oefenen. Met de krachtige borstelloze motor, een Permax BL-O 2206 -1050,  kan het simpel aan de prop worden gehangen. In combinatie met de grote roeroppervlakken wordt het dan mogelijk om een doorstart te maken naar de 3D figuren. De romp is dun en plat waardoor alle mesvlucht figuren goed uitvoerbaar zijn. Dit ELAPOR® model is dan ook robuust en zeer wendbaar in rollen of meskant en alle soorten spins. Het ELAPOR® is uiteraard wit, maar de decals maken er een bonte verschijning van dat past bij het karakter van het model. Dus, altijd al 3D willen vliegen?  De StuntMaster is ideaal voor het leren en oefenen van 3D aerobatics.

De StuntMaster is bedoeld als lesmodel voor aerobatics en 3D vliegen. Het heeft daarom grote roeroppervlakken, grote roer uitslagen , een platte hoge romp met een groot oppervlak en een pittige aandrijving.

Wat krijg je voor je hobby geld?

De StuntMaster wordt in een mooie doos gelevert die ook nog als draagkoffer kan worden gebruikt. De onderdelen waren goed verpakt en beschadigingen waren niet aanwezig.

Als die grote doos aan de deur wordt bezorgd ben je weer even nieuwsgierig naar wat er in zit als toen je nog het kleine jongetje was dat eindelijk zijn verjaardagscadeautje mocht uitpakken. Het gezegde "In iedere man zit een kind verborgen dat wil spelen" klopt bij mij nog steeds. Ik ben zeker niet de enige!
Toen de doos was geopend was de conclusie: weer typisch Multiplex. Alles keurig verpakt, geen schade en het ziet er gelikt uit. Snel uitpakken dus! O, nee eerst hiervan een paar foto's maken want dit verschijnsel moet in Modelbouwactueel goed belicht worden. De andere kant van het verhaal is dan ook nog dat ik hierbij meteen de nieuwe studioverlichting kan uitproberen. Ik kan nu reeds verklappen dat het uitlichten van een object ook een vak apart is.

Met het oog op de ligging van het zwaartepunt zijn de drie servo's vooraan in de romp geplaatst. De verbinding met de rolroeren is daardoor kort, maar voor het hoogte- en richtingsroer lang. De speling is hierbij opgevangen door een serie geleiderd die langs de romp zijn geplakt.

Uitpakken dus maar! Nou ja uitpakken? Dit is vooral het lospeuteren van een hoop plakband van, helaas, uitstekende kwaliteit. De onderdelen die dan los komen te liggen zien er stuk voor stuk prima uit en de reeds aangebrachte decals zitten er strak op. De vleugel bestaat uit één stuk. Hierdoor zijn  alle drie de servo's vooraan in de romp geplaatst. Deze is bijzonder plat en de stuurstangen naar het hoogte- en richtingsroer lopen daarom buitenom door geleidingen aan elke zijde. Door de platte uitvoering van de romp was een compacte accu noodzakelijk. Multiplex heeft daarom voor een 3S uitvoering gekozen. In de neus zit dan ook een klein accuvak (Foto 8) waarin het wegwerken van de kabelsalade wel een lastig puzzeltje is. De aansluiting van accu en regelaar met een zespolige MPX-stekker die niet flexibel neemt veel ruimte in. Om de beperkte ruimte optimaal te benutten is de regelaar met thermische lijm tegen de wand geplakt en de aansluiting van de regelaar met de motor is al gesoldeerd.

Regelaar en motor zijn, zoals geleverd, al met soldeerverbindingen gekoppeld. De motor wordt met vier schroefjes van voren in de neus gemonteerd en ligt goed beschermd in de romp.

De roeren zijn nog los, maar de vliesscharnieren zijn reeds aangebracht en ook de tegenoverliggende sleuven zitten al in de vleugel. Het richtingsroer is ook met het roerheveltje voorgemonteerd en kan in de gleufjes van het kielvlak worden gestoken.
Het onderstel van koolstofvezel is gedeeld en iedere poot is al met wielen en kappen afgemonteerd. De wieltjes zijn erg klein en dat zal problemen opleveren in het gras van ons veld. Hierbij valt op dat de kappen met een klikverbinding aan de poten zijn bevestigd en rond de as enigszins kunnen draaien. Dit bleek later bij het landen een gouden greep te zijn van de Multiplex ontwerpers tot behoud hiervan.
In een apart zakje zitten de kleine onderdelen en de koolstof stuurstangen, maar er is ook materiaal aanwezig om het richtingsroer me twee kabels te verbinden.

Montage

Het montagevoorschrift is van het type korte tekst met een plaatje. Geen Nederlandse tekst, maar de plaatjes zeggen een beetje ervaren modelbouwer voldoende om de klus te klaren. Per slot van rekening is er veel overeenkomst in de verschillende modellen. Zelfs zonder montagevoorschrift is al zo ongeveer aan de onderdelen zien wat de bedoeling is. Deze passen uiteraard exact en als het niet past is het niet goed! De definitieve verbinding wordt gemaakt door tussen de schuimdelen een paar druppeltjes dunne cyanoacrylaatlijm, bij voorkeur èn uiteraard de door Multiplex aanbevolen Zacki, te laten lopen. Dan rest nog het monteren van stuurstangen en struts. Alle stuurstangen worden met kwiklinks aan beide zijden gemonteerd.
Foto links: voor het richtings- en hoogteroer zijn de koolstof stuurstangen gebruikt. Deze worden door reeds aangebrachte geleiders langs de romp gevoerd.
Foto rechts: de vleugels worden aan de onderzijde door koolstof stangen en halverwege een brug ondersteund.

Aan de onderzijde van de vleugel worden elk twee struts gemonteerd. Hiervoor worden eerst kunststof bevestigingspunten in de romp en op uitsparingen in de vleugel gelijmd. De struts worden halverwege de vleugelhelft aan de onderzijde ondersteund door een brug. Let bij montage op wat de voor en achterzijde is! Dan kunnen de struts worden geplaatst, maar let hierbij goed op dat de juiste lengte op de juiste plaats komt. De lengteverschillen zijn gering en de maatvoering is niet exact. Als dit goed zit lopen de struts kaarsrecht van de romp maar steunen aan het uiteinde. Alles kan dan met een druppeltje Zacki worden vastgezet. Voor de struts aan het stabilo geldt hetzelfde recept. De servo voor het richtingsroer is centraal in de romp geplaatst waarbij de servoarmen ter weerszijde uitsteken.
Multiplex biedt twee mogelijkheden voor de aansturing van het richtingsroer: een koolstof stuurstang die door geleiders die al aan de rechterzijde van de romp zijn geplaatst of stuurkabels die links en rechts van de romp lopen. De koppeling met kabels geeft over het algemeen een verbinding met minder speling dan met stuurstangen, maar vergt veel meer deskundigheid en onderhoud om het goed te monteren en in stand te houden. Beide mogelijkheden zijn vergeleken en daaruit bleek dat er geen noemenswaardig verschil in speling viel te constateren. Daarom is voor de eenvoudige montage met stuurstangen gekozen voor het hoogte- en richtingsroer. Voor piloten die op niveau aan wedstrijden willen deelnemen is het te overwegen om de kabels toe te passen.
De roerheveltjes zijn van een deugdelijke lichte kwaliteit. De pootjes van de kleine kwiklinks zijn helaas van een (te) zacht materiaal gemaakt waardoor braampjes aan de punt ontstaan en buigen daardoor snel. Het kost daarom nogal wat moeite om ze onbeschadigd te monteren en als ze enkele keren losgenomen moeten worden om de instellingen te wijzigen is dit wel een probleem zoals ook bij de proefvluchten (zie verder) bleek. Gelukkig worden een paar op reserve meegeleverd, maar het is te overwegen om hiervoor meteen een andere verbindingen te kiezen.
Bij een aerobatics en 3D model is het tunen van de roeren een zaak van eerst neutraal en beperkt instellen om het vervolgens met testvluchten op scherp te stellen. De StuntMaster is bedoeld voor het  3D vliegen en er kunnen dus grote roeruitslagen worden ingesteld. Op het eerste gezicht lijkt het zelfs onwijs groot. Het is zeker niet aan te raden, tenzij je al een ervaren 3D piloot bent, om overmoedig met de maximale uitslagen te beginnen. Ben je dat niet, stel dan een sterk gereduceerde dual-rate in en voeg hier nog een dot (minimaal 30%) expo aan toe.
Het montagevoorschrift geeft een beginner duidelijke aanwijzingen en volg deze eerst nauwgezet op!

Foto links : de kunststof quicklinks zijn van een zacht en kwetsbaar materiaal. De pootjes kunnen vrij gemakkelijk afbreken. Advies is om hiervoor andere uitvoeringen te gebruiken.
Foto rechts : de propeller wordt met een O-ring op de as van de motor bevestigs. Dit beschermt de propeller zelf en de motor bij een neuslanding.

Na alles te hebben ingesteld en de kwiklinks met de ringetjes te hebben vergrendeld werden de in het montagevoorschrift aangegeven roeruitslagen aangehouden en met 75% dual-rate en 30% expo.
De aandrijfset gebruikt bij volgas 15 A en daarmee blijft het onder de maximale stroom van 18 A van de regelaar. Niks bijzonders dus, maar bij het verhogen van toerental traden plotseling sterke vibraties op. In eerste instantie werd er gedacht aan onbalans van de propeller, of een kromme as. Doch dat bleek niet het geval te zijn. Bij het van de zijkant bekijken van de draaicirkel van de propeller bleek deze bladspoor te vertonen, dat wil zeggen dat de propellerbladen niet in hetzelfde spoor draaien en de ene wat verder naar voren staat dan de andere. Het ene blad bleek inderdaad buigzamer te zijn dan de andere en dat kon de trillingen bij het verhogen van de toeren te kunnen verklaren. (De trekkracht op de bladen wordt bij het verhogen van het toerental groter en het buigzamere blad zal dan iets meer naar voren komen dan de andere)
De propeller werd vervangen door een andere en het probleem was over, dachten we! Plotseling sprong deze van de as. Kennelijk was de O-ring niet goed aangebracht of te zacht. Even gezocht in de laadjes met piefjes, pafjes en poefjes en jawel er was nog een aantal professionele O-ringen van een geschikte maat en daarmee was ook het verzelfstandigen van de propeller was ook opgelost. 
Bij het volgen van de in het bouwvoorschrift aanbevolen besturingscomponenten komt het zwaartepunt tussen de aangegeven 95 - 105 mm te liggen. Dit is een royale marge, maar zal ook door testvluchten getuned moeten worden.

Vliegen

Vliegen dus! Het hallenseizoen was inmiddels achter de rug en de eerste vluchten moesten buiten gemaakt moeten worden. Bij modellen met een landingsgestel geef ik er de voorkeur aan om bij de eerste vluchten na wat taxiproeven vanaf de grond te starten. In het voorjaar is het gras vaak nog nat en hoog  en de wieltjes van de StuntMaster zijn erg klein. Nadat de clubleden het veld met de maaimachine tot een biljardlaken hadden bewerkt, was het bij een vlagerige wind van zo rond de 3 Beaufort even wat uitproberen. Alleen maar even taxiën meldde ik aan enkele op het veld staande clubleden.

De eerste tests op het veld van de vliegclub. Hier bleek de StuntMaster al zeer luchtwaardig te zijn.

Het hoogteroer driekwart "up" om de staart in het gras te houden, half gas en daar rolde de StruntMaster al over het veld. Gelijktijdig kwam een stevige windvlaag van de tegenoverliggende zijde en voor dat ik in de gaten had wat er allemaal gebeurde was de StuntMaster op twee à drie meter hoogte. Hij deed zijn naam meteen alle eer aan. Om de collega's op het veld niet in gevaar te brengen was het snel  reageren om het aan de grond zetten. Zonder enige schade stond het weer netjes op zijn pootjes. Daarbij bleek zowel hoe gemakkelijk het van de grond komt en hoe goed de bestuurbaarheid is.
Een week later bij mooi weer en weinig wind, volgde de echte poging om te gaan vliegen op één van die weinige bijna windstille zomeravonden. In alle rust en eenzaamheid kon opnieuw worden getest en alles liep naar wens. Daarbij bleek de enorme wendbaarheid en toch goede beheersbaarheid van de StuntMaster. Zelfs als je geen ervaren 3D-piloot bent, zoals de schrijver dezes, is er prachtig mee te vliegen en ik moet zeggen dat het model je als het ware uitnodigt om 3D figuren uit te gaan proberen. En als je deze verleiding niet kunt weerstaan dan toch maar meteen proberen. Het mooie van de verleiding is immers om er aan toe te geven, nietwaar? Na enig uitproberen en op een veilige hoogte begon het prophangen zowaar al wat te lukken. Ook was al snel duidelijk dat mede als gevolg van de grote platte romp waarvan het oppervlak ongeveer gelijk is aan het vleugeloppervlak, de windgevoeligheid groot is. Die platte romp is overigens wel in het voordeel van mesvlucht figuren.

De StuntMaster met de kop in de wind op de weg om de eerste start te maken.

De deadline voor het artikel in Modelbouwactueel begon echter te naderen en inmiddels was de mooie voorjaarsperiode voorbij en stonden regen en wind op het weermenu en er moesten toch ook nog vliegfoto's aan de tekst toegevoegd worden. In een overmoedige poging om bij een typisch Hollandse lucht, blauw, stapelwolken en windkracht 3 - 4, foto's te kunnen maken werd om eventuele harde landingen te dempen een asfalt weggetje met rondom hoog gras gekozen. De wind was echter zodanig krachtig dat de StuntMaster nauwkeurig recht in de wind opgesteld moest worden om omver geblazen te voorkomen.
Dus: de vrouw des huizes met de camera in de aanslag gereed om het hele gebeuren te vereeuwigen en met knikkende knieën gas geven. De StuntMaster was binnen een meter los, klom snel en werd op enige meters hoogte door een stevige windvlaag mee genomen.

De StuntMaster los van de grond en wordt gepakt door de (te) sterkr wind.

Het lukte nog om hem weer in de wind te draaien en een paar wilde bochtjes te maken, doch plotseling was alle controle verdwenen! Hoogte en richting werkten zo te zien wel, maar het model tolde als een herfstblad door de lucht. Het was niet meer tegen de wind in terug te krijgen en dreef steeds kleiner wordend snel in de richting van de A7.

De StuntMaster wordt gepakt door een windvlaag die het meeneemt richting de wei met grazende koeien en koeievlaaien.

Goede raad was duur, maar er zat niets anders op dan het maken van een noodlanding ver weg in het hoge gras, althans dat dacht ik. De StuntMaster was snel gevonden, maar voorbij het veld met het hoge gras. Wel tussen droge en sappige koeienvlaaien in een kaal gevreten weiland met schrikdraad! De boer had het zeer deugdelijk uitgevoerd, want toen ik dacht dat het veilig was om er overheen te klimmen werd me prikkelend duidelijk dat ik me had vergist. De StuntMaster kon echter, enigszins gebruind, met weinig schade geborgen worden. De schade was beperkt tot een afgebroken propeller, een losgelaten neuskap en gras en zand in de motor en een gebruinde neus.
De oorzaak van het fladderende gedrag was al snel duidelijk, een afgebroken pennetje van de kwiklink van het linker rolroer.
Het vermoeden bij de montage dat deze kwiklinks onvoldoende sterk waren werd hiermee helaas bevestigd! In eigen regie wordt nu een andere uitvoering gemaakt, maar helaas waren verdere vluchten voor het verlopen van de deadline voor dit artikel niet meer haalbaar.

Het resultaat van een wat onzachte landing. Een beschadigde neus en remsporen.

Conclusie

De StuntMaster is een kwalitatief uitstekend uitgevoerd "buy to fly" model dat volledig geschikt is voor de standaard aerobatics en de overstap naar het 3D vliegen. De vraag is hoe dit model gekarakteriseerd moet worden. Is het een indoormodel of een parkflyer? Hoewel niet volledig kon worden uitgetest bestaat de indruk dat de minimale snelheid tamelijk hoog ligt voor het indoorvliegen en dat de windgevoeligheid het buitenvliegen beperkt. Bij een windkracht van meer dan 2 Beaufort is het beheersen van het model bijna niet meer mogelijk is. In een grote hal of op een windstille zomeravond is het echter een uitstekend model om zowel aerobatics als 3D te gaan vliegen. Daarbij is het als oefenmodel zeer geschikt om er een doorstart van aerobatics naar 3D mee te maken.
Ondanks enkele schoonheidsfoutjes en een te zwakke constructieve uitvoering van de kwiklinks kan de StuntMaster voor mooie vliegstuntjes zorgen.



contact | © 2016