Dwarsstabiliteit (in bewerking)

Wat er voor nodig is om een model langsstabiel te maken is in het vorige hoofdstuk uiteen gezet. Hiermee is de volledige stabiliteit echter nog niet gewaarborgd. Niet die welke daar boven (Instabiel) is geschetst want hier blijft het model om de dwarsas slingeren met soms steeds groter wordende uitslagen. Een toestand die wij niet wensen want na de eerste verstoring zal de vlucht dit beeld blijven vertonen. Onbruikbaar is ook een model dat zich gedraagt als in de onderste situatie (Instabiel, neuslastig) waarbij deze na een verstoring de evenwichtstoestand verlaat om in een steeds steiler wordende duikvlucht over te gaan en niet meer terug keert. Dit kan als een stabiele instabiliteit worden aangemerkt.
Een vliegtuig dient ook in de dwarsrichting, dat wil zeggen: van tip tot tip over de vleugel stabiel te zijn. De ligging en werking van de volgende punten zijn hierbij van belang:

  • de ligging van het zwaartepunt
  • de ligging van het drukpunt
  • de ligging en afstand tussen zwaartepunt en drukpunt
  • de instelhoek van de vleugel ten opzichte van het stabilo en de afstand tot het drukpunt
  • domping van de motor

Opm. voor een verklaring van de begrippen wordt verwezen naar het hoofdstuk "Definities en begrippen".

In het algemeen wordt de rotatie om een lijn liggende van tip tot tip door het drukpunt aangegeven als de rotatielijn en aangeduidt met de Y-as.

(Foto: Interceptor van Hype)

In bovenstaande figuur zijn enkele situaties van stabiliteit en instabiliteit om de assen weergegeven. In eerste instantie zou men kunnen veronderstellen dat een vliegtuig stabiel is als al deze krachten exact op dezelfde plek zouden samenvallen. Helaas! Het is dan volledig instabiel en vergelijkbaar met een potlood die men stabiel met de punt naar beneden op het bureau wil neerzetten. Dit is de vorm van stabiliteit die wij steeds trachten te bereiken, maar nooit kunnen realiseren. Evenals bij de langsstabiliteit door de V-stelling van de vleugel een eigen correctiemechanisme wordt ingebouwd kan iets gelijksoortigs ook worden ingebouwd om een eigen correctie mechanisme voor de dwarsstabiliteit worden gerealiseerd.

De dwarsstabiliteit wordt verkregen door achter de vleugel een veel kleinere vleugel, het stabilo, te plaatsen. Het stabilo heeft tot taak om een stabiel geheel, te vormen met de vleugel die zelf meestal niet stabiel is. Een juiste combinatie van oppervlakken van vleugel en stabilo, en van het instelhoekverschil van deze beide, van de onderlinge afstand in de richting van de langsas en van de ligging van het zwaartepunt met betrekking tot de vleugelkoorde zal tot een goede dwarsstabiliteit leiden.

Er zijn dus verschillende factoren waarmee rekening moet worden gehouden. Gelukkig bestaat er een schat van ervaring waaruit een goedwerkend model kan worden gerealiseerd.

Terug naar index .....

Ga verder naar: Richtingsstabiliteit .....



contact | © 2016