Richtingsstabiliteit, topstabiliteit of gieren

Dit is de stabiliteit om de topas (Z-as) en bewegingen om deze as noemt men gieren. Is het model in slippende beweging, d.w.z. dat de stand van de romp onder een hoek staat met de vliegrichting, is gekomen dan gaat ook de richtingsstabiliteit een rol spelen. Langsstabiliteit en richtingsstabiliteit zijn nauw met elkaar verbonden en moeten een goede combinatie vormen.

Richtingsstabiliteit wordt verkregen door het kielvlak achter de vleugel of door een stabilo met V-stelling. De werking van het hiervan kan men vergelijken met die van de staart van de windvaan. De as waarop de windvaan draait is hier de topas van het model.

Hieruit volgt dat het kielvlak zodanige afmetingen moet hebben dat wanneer het model slipt bij een kleine sliphoek een herstellend giermoment moet optreden die het model weer in de vliegrichting terug zal draaien. Een kracht , achter de topas, dus ook achter het zwaartepunt zal een te beperkt giermoment opeveren wanneer het kielvlak niet de juiste afmetingen bezit.

Daarmee zijn wij er echter niet want nu ontmoeten wij weer de V-stelling. Deze komt immers ook in werking wanneer een bepaalde sliphoek is bereikt. Het kielvlak hoeft dus niets meer te doen dan de slippende beweging, na het bereiken van een kleine sliphoek, tot stilstand te brengen.
De V-stelling van de vleugel zorgt er dan voor dat een rolmoment zal optreden dat het model weer vlak legt. Wij moeten ook bedenken dat bij het gieren om de topas de voorwaarts bewegende vleugel meer draagkracht zal produceren dan de achterwaarts bewegende vleugel. Bovendien is de momentarm van de omhoog staande vleugelhelft kleiner dan van de omlaagstaande helft. Het gevolg hiervan is een rolbeweging de gierbeweging ondersteunt. Dit kan onder andere tot een vrille of spin leiden.

Terug naar index .....

Ga verder naar: Overtreksnelheid



contact | © 2016