Stabiliteitsassen

Het verkrijgen van stabiliteit is de belangrijkste eigenschap waar het in de vliegerij letterlijk om draait. De gebroeders Wright waren de eersten die dit onder de knie kregen en dus ook de eersten die er in slaagden om een gemotoriseerde gecontroleerde vlucht te maken. Een modelvliegtuig moet dezeeigenschappendusook bezitten om de gunstigste of gewenste vliegtoestand zo lang mogelijk te behouden.Een vliegtuig beweegt zich in de ruimte en kan dus in drie dimensies bewegen. Om deze bewegingen te onderscheiden betrekken wij ze op drie loodrecht .op elkaar staande assen die door het zwaartepunt gaan. De foto hiernaast toont een model waarin de drie stabiliteitsassen, de langsas (X), dwarsas (Y) en topas (Z) worden aangegeven. Elke verandering in de stand van het model is in basis een draaiing om één of meer van deze assen.
Beweging om de langsas (X) noemen wordt rollen genoemd, die om de topas (Z) gieren en die om de dwarsas (Y) stijgen of dalen.

Omdat er voor beweging om één van de assen een moment op het model moet werken, spreken wij van een rolmoment, een giermoment en een stijg- of daalmoment dat een dergelijke beweging doet ontstaan. Duikt het in een bocht steil omlaag dan heeft het bewegingen uitgevoerd om alle drie de assen. Dan is er didelijk iets mis!
Uit het voorgaande volgt nu vanzelf dat de stabiliteit van een model ook op deze drie assen betrokken kan worden. Wij spreken van dwarsstabilitelt (om de langsas X), van richtingsstabiliteit (om de topas Z) en van langsstabiliteit (om de dwarsas Y). Het klinkt enigszins verwarrend, maar bij een nadere beschouwing zijn deze ingeburgerde definities zeker logisch.
Deze eigenschappen moeten alle drie toereikend zijn daar zij bij bijna alle bewegingen hun rol spelen. Ze worden nu stuk voor stuk nader uitgelegd waarbij men dient te bedenken dat hier slechts de beginselen van dit zeer ingewikkelde onderwerp ter sprake zal komen dat voor de modelbouwer van belang is om te begrijpen waarom en hoe het één en ander werkt.

Let op!

In oude boeken kent men ook de term "Lengtestabiliteit". Dit is dan niet hetzelfde als "Langsstabiliteit".
Met "Lengtestabiliteit" wordt de draaiing om de dwarsas, dus de verandering van de standhoek bedoelt, terwijl met "Langsstabiliteit" de draaiing om de lengteas, dus de as van neus tot staart (X-as) wordt bedoeld. In de oude boeken wordt dit aangeduid met "Rolstabiliteit".
Om zeker te zijn wat wordt bedoeld moet de voorkeur gegeven worden aan de aanduuiding van de assen zoals hierboven aangegeven.

Terug naar index ...

Ga verder naar: Zwaartepunt .....



contact | © 2016