Tiger Moth van Dymond

De Bouwdoos
Romp, vleugels, kielvlak en stabilo zijn uit hout vervaardigd en met folie bespannen. De motorkap is redelijk gedetailleerd, mooi gelakt en van de nodige gefreesde uitsparingen voorzien. De struts zijn eveneens bespannen en er zitten twee doorzichtige cockpit  windschermen bij. Verder wordt er een zakje met diverse kleine montage onderdelen bijgeleverd.

In de doos zitten alle onderdelen om de Tiger Moth in elkaar te zetten. De motor is reeds gemonteerd. De servo's moeten nog worden aangeschaft of uit de voorraad gehaald. Verder moeten nog één of meer accu's van 1700 mAh worden aangeschaft. Zender en ontvanger kunnen naar keuze worden gebruikt.

Het model wordt aangedreven door een bijgeleverde elektromotor. Resterende onderdelen moeten nog worden aangeschaft, cq. aan de eigen voorraad worden onttrokken. Het is van een stevig draadonderstel voorzien. De  spanwijdte bedraagt  900 mm en de lengte van 700 mm en weegt, volgens opgave van de fabrikant, compleet ca. 800 gram.

Bouwen en monteren
De hoofdonderdelen van de Tiger Moth III zijn volledig voorgebouwd en bespannen, alleen de rolroeren kielvlak en het stabilo moeten nog verlijmd worden.  De roeren worden met vliesscharnieren en dunne secondenlijm verbonden. De sleuven hiervoor zijn al aan beide kanten aangebracht. Teken eerst het midden van de scharnier af. Daarna worden ze eerst voor de helft (van de helft) in de gleuven gestoken waarna er een druppeltje lijm op wordt aangebracht om het direct daarna tot aan het midden in de gleuf te schuiven. Bepaal de spleetwijdte door eerst de roeren zo ver in de gleuven te drukken dat ze goed op- en neer kunnen bewegen. Zoek een stukje hout (vaak kan dit een stokje van een ijsco zijn) dat past bij die spleetgrootte. Daarna worden de scharnieren van het roer weer voor de helft (van de helft) in de gleuven tot aan de houtjes aan de tegenoverliggende zijde geschoven en met een druppeltje lijm bevochtigd. Daarna snel de roeren tot de houtjes aanduwen en wachten tot de lijm is uitgehard, stokjes wegnemen en alles moet soepel functioneren.

De Tiger Moth is een modelletje om op de werktafel af te bouwen. Het geeft wel een beetje rommel of chaos, maar het is prima te doen. Leuke bezigheid voor de winteravonden.

Vervolgens wordt het stabilo op de romp gelegd, goed uitgemeten en afgetekend. Hierbij moet het stabilo volkomen horizontaal op de romp staan en z.g.n. opstroken met de vleugel. Dit kan uitgemeten worden door de romp op een vlakke plaat te leggen en de hoogte aan beide zijden te meten en verder worden gecontroleerd door een latje aan de onderste vleugelbevestiging te bevestigen en met het oog te controleren of deze in één lijn liggen. Controleer ook of het kielvlak loodrecht op de romp en het zuiver gemonteerde stabilo staat.

Het stabilo moet met een watervaste viltstift, bijvoorbeeld : Staedtler Lumocolor permanent 1 mm, worden afgetekend na eerst goed uitgelijnd te zijn. Daarna wordt de bekleding op de plek waar het op de romp wordt gelijmd met een kleine soldeerbout weggebrand en verwijderd. Het wegbranden voorkomt dat er snijgroeven en dus breuklijnen in hout ontstaan enter gelijker tijd wordt de bekleding weer op het hout vastgeplakt.

Voor het bevestigen van het stabilo op de romp moet hiervan eerst een stukje bekleding worden verwijderd op de plek waar het op de romp wordt geplaatst. Dit kan het beste worden gedaan door het op de afgetekende lijnen met een soldeerboutje weg te smelten. Hierbij ontstaan geen snijsporen in het hout en bovendien wordt de bespanning ter plekke weer op het hout vastgeplakt.

Het onderstel monteren
Montage van het draadonderstel is eenvoudig. Plaats het voorgebogen onderstel op de aangegeven plaats en schroef de beugeltjes met houtschroefjes aan de bodem vast. Op de naven worden eerst de stelringen aan de binnenzijde vastgezet zo dicht mogelijk tegen de gebogen draden aan er blijft dan voldoende ruimte over voor de wielen en de buitenste stelring. Het model heeft geen meedraaiend staartwiel, maar een eenvoudige draadslee. Deze wordt met een stripje en een paar schroefje aan de onderzijde van de staart bevestigd. Om het geheel steviger te maken is het goed om er nog een likje epoxyhars of polyurethaanlijm aan toe te voegen

Het onderstel wordt met een vierpuntsbevestiging onder de romp vastgezet. De Tiger Moth heeft geen staartwiel, maar een draadslee. Deze wordt met twee schroefjes aan de romp vastgezet. Verder is de slee aan één zijde haaks omgezet en dit stuk steekt achter in de romp.

De vleugels aan de romp bevestigen
Nadat de rolroeren zijn bevestigd kan worden begonnen met het monteren van de vleugels. Eerst wordt de onderste vleugel aan de romp bevestigd. Vervolgens worden kleine blikken hoekstukjes met 10 x 2,5 mm houtschroefjes in de voorgeboorde gaatjes van de onder- en bovenvleugel bevestigd. De vleugel wordt met N-struts aan de romp verbonden en enkelvoudige struts worden aan de buitenzijde onder- en bovenvleugel met elkaar verbonden. De enkelvoudige struts zijn hiertoe voorzien van inslag moertjes. Met de M3x8 boutjes worden deze met de vleugel verbonden. De korte zijde komt hierbij aan de voorkant. De N-struts worden zodanig gemonteerd dat de inslagmoeren boven en de rechte zijden naar voren staan. De N-struts worden eerst aan de hoekverbinders van de bovenste vleugel gemonteerd. Vervolgens wordt de bovenste vleugel door het vastschroeven van de buitenste struts. Ten slotte worden de N-struts aan de romp gekoppeld met M3x12 boutjes. Hiertoe zijn in de romp reeds inslagmoertjes aangebracht. Voordat alle definitief wordt vastgezet is het raadzaam om de stand van de vleugels ten opzichte van elkaar goed te controleren.

Overzicht van de bevestigingspunten van de vleugel aan de romp en de ligging van het zwaartepunt.

Servo montage in vleugel en romp
Deze Moth heeft alleen rolroeren in de onderste vleugel die elk met een eigen servo worden aangedreven. Hiervoor wordt in elke vleugelhelft een servo op een montageplaat aangebracht. Deze wordt met vier houtschroefjes aan de onderzijde van de vleugel vastgezet. Voor de montage op deze plaatjes zijn speciale servo bevestigingsbeugeltjes gebruikt. Voordat de servohevels worden geplaatst wordt de servo eerst met behulp van de zender in de neutrale stand gezet waarbij de zendertrim uiteraard ook in de nulstand staat. De servokabels worden vervolgens met een reeds in de vleugel aangebracht touwtje door de vleugel getrokken. Maak dit touwtje goed vast aan het snoer, want als dit onderweg losschiet is het een enorme klus om de draad er alsnog doorheen te krijgen! De draden komen dan aan de bovenkant elk in een rond gat in het midden van de onderste vleugel bij elkaar.
Bij sommige servo’s zijn de draden erg kort en is het nodig om ze te verlengen. Dit kan met een stekker of door ze te solderen (zie hoervoor het hoofdstuk “Bouwen en monteren”; hoofdstuk “Het verlengen van servokabels”). Indien stekkers worden gebruikt is het raadzaam om deze te lijmen of van een krimpkous te voorzien.

De vleugelservo's worden op plankjes die reeds in de vleugel zijn uitgesneden en bespannen gemonteerd. Ze zijn met klicklinks aan de servo armpjes vastgezet en met staafscharniertjes aan de roeren om zo ruim mogelijke instelmogelijkheden te hebben.

Voor het hoogte en richtingsroer worden de servo’s centraal in de romp gemonteerd in een daarvoor reeds gemonteerd servoplankje. Afhankelijk van het type servo dat wordt gebruikt moet dit iets worden aangepast. Ze worden met houtschroefjes en rubberen onderleg ringetjes vastgezet. Om versplintering van het dunne triplex te voorkomen worden hiervoor eerst gaatjes van 2 mm geboord. Als stuurstangen worden op de servo bevestigd met draadscharniertjes en aan de rolroeren met kwiklinks die met een stukje brandstofslang worden vergrendeld. Deze verbindingscombinatie garandeert optimale instel mogelijkheden.

Motor, regelaar, accu en ontvanger inbouwen
De Tiger Moth wordt geleverd met een brushless motor die met vier inbusboutjes op de motoer vastgezet. Domping en zijstelling zijn hierbij al ingesteld. De aansluitdraden worden door een uitsparing onderaan de romp naar binnen geleid. Als accu wordt een 3S 1700 mAh accu aanbevolen die om het zwaartepunt op de juiste plaats te krijgen zo ver mogelijk naar voren, dus direct achter de motor, wordt geplaatst. De bouwbeschrijving geeft aan dat de accu aan de voorzijde onder de motor kan worden geschoven, maar dit is zeer onhandig en bovendien zijn de wat grotere accu’s te groot om door de opening te schuiven. Indien men wat vlotter achter elkaar wil vliegen moet het verwisselen van de accu zonder demontage van de motorkap gedaan kunnen worden. Er is daarom voor gekozen om de accu via de cockpit te kunnen plaatsen. Als regelaar is een Dymond G 25 gebruikt. De ontvanger moet minimaal een vierkanaals uitvoering zijn en uiteraard passen bij te gebruiken zender. De propeller wordt met een klemconus op de motoras bevestigd.
Als ontvanger is een Multiplex RX-5 gebruikt die precies tussen de twee servo’s past indien deze maximaal aan de buitenkant worden geplaatst..

Inbouw van de servo's voor hoogte en richting in de romp. De ontvanger is tussen beide servos geplaatst.

Motorkap pasmaken
Eén van de lastigste werkjes is meestal het pasmaken van de motorkap. De positie van de propellernaaf van de motor met de hierop gemonteerde propeller bevestiging moet precies in het midden van de uitsparing in de motorkap zitten. De motorkap kan met Tesafilm op de kap worden geplakt of met kleine schroefjes in de romp worden vastgezet. Gekozen is voor de laatste oplossing. Om de uitsparing met de motoras te centreren is een hulpstukje gemaakt in de vorm van een cilindrische klos met een buitendiameter gelijk aan het gat in de motorkap en een centrale boring ter grootte van de motoras. Dit hulpstuk wordt op de motoras geplaatst en vervolgens wordt de motorkap er overeen geschoven, zo ver als nodig is om de houtschroefjes met voldoende stevigheid in de romp te kunnen bevestigen. Als allen op de juiste plaats zit wordt den plaatsen voor het boren van de gaatjes voor de houtschroeven afgetekend. De motorkap kan nu weer worden losgenomen waarbij het hulpstuk nog even op zijn plaats blijft, en de gaatjes kunnen er worden ingeboord. Daarna de kap terugplaatsen en weer monteren door de schroefjes via de gaatjes in de romp te schroeven. De propeller moet nu vrij in de uitsparing van de motorkap draaien.

Met behulp van een ronde klos die op de motoras past wordt de motorkap gecentreerd. De buitendiameter wordt op maat van het gat in de motorkap gemaakt.

De afrondende werkzaamheden
Het middenstuk van de romp wordt afgedekt met de cockpitdek. Deze is voorzien van een klem, bestaande uit een kwiklink en een stukje koolstofstaaf van 2 mm in de middelste spant. Dit dek kan hierdoor gemakkelijk worden afgenomen om de accu te wisselen. Het dek is in twee compartimenten verdeeld met elk een windschermpje. Omdat een Moth meestal met een instructeur en leerling vloog heb ik in elk compartiment een poppetje van Playmobiel geplaatst. Maakt het gewoon wat levendiger.

Jut & Jul klaar voor de start.

Balanceren en afstellen
Voordat er gevlogen kan worden dient eerst het zwaartepunt op de juiste plaats te worden gebracht voornamelijk door de accu op de juiste plaats te brengen. Als accu wordt een 3S Dymond XC 1700 van 150 gram gebruikt. Het voordeel van deze accu is dat hij meet een laadstroom van 2C, dus 3,4 A geladen mag worden. Bij het uitwegen bleek dat het model enigszins staartlastig was. Met 20 gram lood in de kap extra kon hij aardig gebalanceerd worden met het zwaartepunt tussen 80 – 85 mm achter de neuslijst van de bovenste vleugel. Het totale gewicht van het model komt hierdoor op 890 gram en dat is 100 gram meer dan het aangegeven gewicht.
Nadat de accu was opgeladen konden de roeren afgesteld worden op de aangegeven uitslagen (zie tabel). Vervolgens de trekkracht gemeten. Driftig snorrend produceerde hij ca. 625 gram trekkracht (= 70% van het toestel gewicht) bij een stroom van maximaal 12.7 ampère bij aanvang, teruglopend naar 10 A en ca. 100 gram voor duurloop. Met de gebruikelijk gehanteerde norm dat de trekkracht eigenlijk ca. 60% van het gewicht moet zijn (dus ca. 540 gram) was dit dus ruim voldoende

Vliegen

De aanloop
We weten allemaal dat je bij de eerste start van een model allerhande onverwachte capriolen kunt verwachten. Hierdoor blijft het spannend, ondanks alle maatregelen om het model goed uit te meten en te balanceren. Ook weten we dat het risico van schade bij de eerste vliegpogingen groot is, maar het moet een keer gebeuren.
Met dit soort modellen is er de keuze om vanaf de grond of uit dehand te starten. De trekkracht is groot zat en dus maar een beetje voorzichtig aan, gas op driekwart. De Moth zoemt langzaam weg, de staart omlaag en een slome linker bocht. Landing en het hoge gras naast het veld vangt hem zonder schade op. Het hoogteroer vervolgens een ietsje down gegeven en de uitslag iets verkleind. Tweede poging, zelfde. Na de accu eerst weer geheel te hebben opgeladen, opnieuw starten, maar  weer hetzelfde resultaat. Het komt niet verder dan een vlakke vlucht met een hoop gewaggel om het toestelletje recht te ouden, iedere poging om te klimmen eindigde in een overtrek en het wegvallen over een vleugel. De snelheid wordt dus te laag en het raakt in een overtrokken toestand. Een bijkomende oorzaak is vaak dat het zwaartepunt ook niet ver genoeg voor het krachtpunt ligt. De neushefboom (+/- 130 mm) is relatief kort ten opzichte van de staarthefboom (+/- 480 mm). Iedere gram in de staart vraagt een viervoudige compensatie van dit gewicht in de neus. De accu kan niet ver genoeg naar voren om zijn gewicht in de schaal te leggen Er moet daarom veel gewicht in de neus aangebracht worden om het geheel in balans te krijgen. Daarom nog 30 gram meer gewicht in de neus onder de motorkap. Het lijkt er nu op dat het model wat neuslastig is geworden, maar de andere kant van het gelijk zou wel eens goed kunnen zijn. Weer proberen dus!

Het vervolg
Na al dit gefreubel was het nu dan toch wel tijd geworden voor de volgende vliegpogingen. Enkele dagen later diende zich een prachtige bijna windstille zomeravond aan. Snel de accu opgeladen en naar het veld getogen. Deze zit weer vol tot het randje dus nu moest het maar gebeuren met een voorkeur voor een grondstart. Waarom? Geen idee! Gewoon een goed gevoel Een stevige dot gas en nu ging hij er met een pittig vaartje van door en kwam vrij snel los van de grond. Klimmen deed hij ook hoewel het toestel toch nog tekenen van staartlastigheid vertoonde en in de getrokken bochten nog een ietsje zijdelings wilde afzakken, maar het was nu alleszins beheersbaar. Na een korte vlucht een correcte landing en er toch nog een plakloodje van 5 gram aan toegevoegd en daarna vloog het naar behoren.

Het model is nu redelijk stabiel maar de wind vergt wel meteen een gepaste reactie en dat is even wennen. Dan is het de vraag, wordt het starten vanaf de grond of uit de hand. Omdat je nooit weet of en wat voorafwijkingen er in zitten en dit daardoor tot onverwachte reacties kan leiden wordt eerst vanaf de grond gestart, te beginnen met wat taxiproeven. Hierbij bleek dat het goed spoorde en bij enige snelheid met het richtingsroer was te sturen. Wel trok het als gevolg van het propeller moment iets naar rechts weg. Dus de trim iets naar links stellen. Dan maar volgas en jawel, na ongeveer 10 meter was het al los. Horizontaal zoemde de de Moth weg waarna het direct probeerde een klim in te zetten. Al snel bleek het dat het kleine ding goed, maar misschien wel wat te fel, op de roeren reageerde maar goed bestuurbaar was. Na enkele achtjes gevlogen te hebben maar eens een looping geprobeerd.; geen probleem. Het motortje zoemt lekker en de trekkracht lijkt prima te zijn. Een steile klim, net niet vertikaal, is mogelijk. Na een minuut of zes maar weer eens landen. Het weggetje is ruim een auto braad en de wind (windkracht 2-3) staat er nagenoeg dwars op. Met een ruime bocht aanzweven tot recht voor de "baan" en dan langzaam het gas terug nemen. De Moth blijft uitstekend bestuurbaar om met vlakke vleugels uit te zweven en de pootjes netjes aan de grond te zetten. Dan blijkt de weg toch te smal en te rond en eindigt de landing met een kleine koprol in het lange gras in de berm.

Conclusie
Het model is goed te vliegen bij rustig weer. Met meer dan windkracht twee wordt het al snel een speelbal van de wind. Het is daardoor niet geschikt als beginnersmodel. Enige ervaring is bij het invliegen van dit soort lichte modellen, met de  vaak onverwachte reacties op turbulentie, is wel noodzakelijk. Als het ook vliegend is uitgebalanceerd kan het natuurlijk meer verdragen. 

De Tiger Moth III is een klein model dat wel enige moeite heeft met hoog gras.

Terug .....

contact | © 2016