Vliegweer ?

Is het over een paar uur of de komende dagen goed weer om te vliegen? Dat is vaak de vraag die een modelvlieger stelt. Buienradar geeft vaak goede informatie over de weersituatie op korte en langere termijn. Hieronder een on-line weeergave van de komende uren en de verwachting voor de komende dagen.

Veel vliegplezier ?

Wat is ?

Thermiek

Als de zon schijnt zal de aarde opwarmen. Met de energie van de zon zal de lucht vlak boven de grond opwarmen. En als de omringende lucht kouder is, bijvoorbeeld op plekken waar schaduw heerst, zoals bijvoorbeeld in bossen, zal de warme lucht opstijgen. De oorzaak hiervoor is dat warme lucht lichter is dan koude lucht. De koudere lucht uit de omgeving zal daardoor aan de onderzijde weer toestromen, opwarmen en opstijgen. Hierdoor ontstaat een stijgende kolom lucht, een thermiekbel genoemd.

In de praktijk kunnen hierdoor zeer grote warme luchtbellen (een betere benaming zou luchtzuilen zijn) van de aarde opstijgen. Deze zijn zo groot en zo krachtig dat mandragende zweefvliegtuigen er in rond kunnen cirkelen en tot enkele kilometers hoogte kunnen stijgen.

De stijgsnelheid in de zuil is afhankelijk van het temperatuurverschil tussen de temperatuur in de zuil en de omgevingslucht. Hoe groter dit verschil, hoe hoger de stijgsnelheid wordt. Deze waarden kunnen uiteenlopen van enkele meters per seconde tot meer dan 10 m/sec (ca. 40 km/h). Grotere snelheden treden vooral op in de periferie van buien en kunnen voor zweefvliegers en vooral balonnen gevaarlijk zijn omdat dir eveneens sterke daalwinden oplevert.

Bij temperatuurverschillen van het aardoppervlak, ongeacht de wijze waarop deze ontstaan, vormt zich een verticale luchtstroon. De sterkte van deze luchtstroom wordt naar boven toe beinvloed door de temperatuur daling van de lucht in de omgeving. Deze beweging stopt op het moment dat de waterdamp in de lucht gaat condenseren. Er ontstaat dan een cumulus wolk.

Thermiek kan door twee oorzaken ontstaan.
Als warme lucht lucht opstijgt en de lucht blijft droog, dat wil zeggen, de relatieve vochtigheid blijft zo laag dat er bij de heersende temperatuur geen condensatie ontstaat heet dit "droge thermiek". Dit is voor zweefvliegers moeilijk te zien, tenzij er buizerd in de thermiekzuil rondcircelen.
Indien de dampspanning van de waterdamp in de thermiekzuil door afkoeling wel de 100% relatieve vochtigheid bereikt ontstaat er een wolk en wordt gesproken over "natte thermiek".
In de praktijk ontstaan er dan meestal meerdere stapelwolken.. Deze zijn voor zweefviegers goed te herkennen.

Cumuls

Als warme lucht opstijgt zet deze uit, omdat de luchtdruk naar boven toe minder wordt . De lucht koelt eveneens af en zal op een gegeven moment de condensatietemperatuur van de waterdamp bereiken. Dan ontstaat er een cumuluswolk.
De stijgende lucht wordt thermiek genoemd en zweefvliegtuigen maken hiervan gebruik om hoogte te winnen. Aan de cumuluswolken weet een modelpiloot vanaf de grond te herkennen waar hij de thermiek moet zoeken. Cumulus- of stapelwolken zijn scherp afgelijnde wolken. De basis is donkerder, het bovenste deel met halfronde uitwassen is wit.

Een zweefvliegtuig onder een cumulus wolk. Piloten zoeken deze wolken op omdat ze de top vormen van een thermiekbel.

Ook vogels maken gebruik van thermiek. Met name liefhebbers van het zweefvliegen zien gretig uit naar hoogvliegende buizerds. Het is dan de kunst om de thermiekzuil die de vogels gebruiken ook op te sporen en hierin zo lang mogelijk te blijven hangen. Lukt dit goed dan kan een zweefvlucht we meer dan een uur duren.

Hoogtepunt is het maken van een foto zoals onderstaand. Het is gelukt om de buizerd die als gids diende te fotograferen.

Luchtdichtheid

Luchtdichtheid is het gewicht van de lucht per volume eenheid (kg/m3). ( Opm: in geval de soortelijke massa wordt bedoeld dient het gewicht te worden verrekend met de versnelling van de zwaartekracht (9,81 m/sec2) te worden omgerekend. De luchtdichtheid wordt meestal aangegeven met de Griekse letter ρ (rho) en varieert afhankelijk van de temperatuur en de druk. In de standaardatmosfeer is de luchtdichtheid op zeeniveau bij een temperatuur van 15° Celsius gelijk aan 1,225 kg/m3. Op grotere hoogten neemt de luchtdichtheid af. In de standaardatmosfeer is de luchtdichtheid op 2000 m al afgenomen is tot 1,0068 kg/m3 (d.i. 20% lager).

Condensatiestrepen / Contrails

In de volksmond worden het vliegtuigstrepen genoemd, de witte strepen achter een overvliegend vliegtuig. Deze vliegtuigen vliegen op ongeveer tien kilometer hoogte. In de motoren wordt benzine of kerosine verbrand. De verbrandingsgassen van zuigermotoren die de uitlaat verlaten met een temperatuur van 200 tot 300  bevatten ongeveer 10% waterdamp. Bij turbines ligt dit op ongeveer 5 % maar de gasstroom die een turbine verlaat is relatief ook twee keer zo groot.
Door de verbranding van kerosine wordt in de koude lucht die het vliegtuig omgeeft de hete waterdamp van de uitlaatgassen geblazen. Dan treedt menging op met die koude lucht uit de omgeving die een eigen temperatuur en vochtigheid heeft. Is die laatste hoog en de temperatuur bovendien zeer laag, dan zal het grote waterdampoverschot condenseren en/of sublimeren; dat wil zeggen: direct overgaan in de vaste toestand = ijs. Er vormen zich dan hele fijne ijskristalletjes die als  witte sporen achter het vliegtuig zichtbaar worden. Het zijn dus condensatiestrepen (condensationtrails) of: contrails.
Deze verdwijnen, afhankelijk van de atmosferische omstandigheden soms weer snel, maar kunnen ook uren blijven hangen. Doorgaans lossen deze "vliegtuigwolken" snel op als de luchttemperatuur hoger is dan -50 °C. Tussen de -50 °C en -55 °C zijn de strepen dicht met lengten van wel 100 tot 150 km. Bij temperaturen lager dan -55 °C zijn de sporen dicht en zeer hardnekkig. Soms waaieren ze uit en trekt de hemel daardoor dicht met sluierbewolking.

Bij koude lucht in de bovenlagen blijven condensatiestrepen of contrails lang hangen en vormen na enige tijd een sluier bewolking. (Foto: Beijum Groningen)

De condensatiestrepen werden voor het eerst veelvuldig zichtbaar in de Tweede Wereldoorlog toen grote stromen geallieerde bommenwerpers op grote hoogte boven West Europa verschenen.

Contrails zoals die in de Tweede Wereldoorlog door de bommenwerpers werden getrokken. Door deze strepen werden de bommenwerpers goed zichtbaar en daardoor, helaas, een duidelijke prooi voor de Diutse jagers en het luchtafweergeschud (Flak). Op bovenstaande unieke foto zijn in de bocht drie jagers met hun contrails te zien en in de bovenste horizontale streep is eveneens een jager te zien. De bovenste drie jagers (links) zijn waarschijnlijk geallieerde jagers omdat deze boven de bommenwerpers in de koudere luchtlagen opereerden. De enkele jager die in de condensstreep zichbaar is zal waarschijnlijk een Duitse jager zijn omdat deze zijn aanval uitvoert op de hoogte van de bommenwerpers. (Bron onbekend).

contact | © 2016