Actueel


Het ACF Rookieteam

Het is een uitdaging voor elk verenigingsbestuur om de jeugd voor hun activiteiten te interesseren, er bij te betrekken en zo voor ledenbehoud en continuïteit te zorgen. De Aeroclub Fivelingo uit Appingedam denkt hiervoor een oplossing te hebben gevonden met het opzetten van een Rookieteam.

Met ondersteuning van Modelbouw actueel en Horizon Hobby heeft het Rookietem van Aeroclub Fivelingo (AFC) uit Appingedam een drietal modellen verworven om de rookies mee aan het werk te zetten.

Hierbij is het van belang om de (financiële)instapdrempel voor de hobby zo laag mogelijk te houden. In het verleden was deze voor het modelvliegen tamelijk hoog. De aanschaf van een modelbouwdoos, motor, zender+ontvanger, servo’s, etc. ging de financiële draagkracht van de zakgeldbeurs veelal ver te boven.  Daarbij zijn er handvaardigheden en een passende hobbyruimte nodig, vlieghandjes en een zekere kennis van aerodynamica. Vele met enthousiasme gekochte bouwdozen zijn dan ook niet verder gekomen dan de keukentafel of werkbank  en uiteindelijk op zolder of in de afval container beland. Jammer, zowel voor de kopers als ook voor de handel, want een verloren klant komt zelden terug!

Foto links. Rookie Melle en Erik in het clubhuis van ACF aan het werk om de Apprentice en de Stinson Reliant te monteren. Foto rechts. De deskundigen beoordelen de Super Cup op de afstellingen van de roeren en de regelbaarheid van de aandrijving.

Hoe is het modelbouwwereldje ten gunste van deze prachtige en leerzame hobby de laatste jaren veranderd. Door de enorme ontwikkeling van elektronica, accu’s en elektromotoren zijn de kosten voor een modelvliegtuig enorm gedaald. Was je in het verleden €  500 – 1000 kwijt voor de aanschaf van alle spullen voor een trainer als Taxi, Charter of Westerly, nu koop je een complete beginnersset (plug and play) al voor € 200 – 300 Euro.  Moest je vroeger een winterlang bouwen om een model voor de zomer klaar te krijgen, nu is het al vliegklaar terwijl de accu geladen wordt. En dan nog een groot voordeel: de reparatie van een kunststof model is veel eenvoudiger dan van een balsa constructie met bespanning. Allemaal voordelen dus die de vliegtuig modelsport een geweldige push zouden kunnen geven. Dit gaat echter niet vanzelf. De vraag is dan ook hoe modelvliegclubs hierop kunnen inspelen.  De Aero Club Fivelingo (ACF) uit Appingedam heeft dit gedaan door een z.g. Rookieteam te formeren en om daarmee onder deskundige begeleiding de mogelijkheden van het huidige aanbod aan complete ARF en RTF sets uit te testen. Een Rookieteam bestaat uit twee of drie jeugdleden met weinig of geen ervaring, een trainer en een algemeen begeleider. Het samenwerken en elkaar ondersteunen staat hierbij voorop. Doelstelling is onder deskundige begeleiding en in projectvorm, modellen te bouwen en er mee te vliegen, met als ultieme doelstelling een formatievlucht met de gebouwde modellen.

Het ACF Rookieteam heeft met sponsorondersteuning drie modellen verworven, de Stinson Reliant van Parkzone, de Apprentice van E-flite en de Super Cub van Hobbyzone. Alle modellen worden in Europa door Horizon hobby op de markt gebracht. De eerste opdracht aan de twee rookies was om in één avond het toegewezen model vliegklaar te maken en als het weer een het licht het nog toeliet een proefvlucht te maken. Deze eerste drempel werd moeiteloos overschreden en aan het eind van de avond waren beide modellen klaar voor de start en kon ondanks dreigende regenwolken met de Reliant al een geslaagde proefvlucht worden gemaakt.  Met de Apprentice lukte dit niet omdat de juiste lijm niet beschikbaar was om de beide vleugelhelften te verbinden en lijm uiteraard moet drogen of uitharden.

De drie modellen van het Rookieteam gereed: De Stinson Reliant van Parkzone (LB); de Apprentice van E-flite (RB) en de Super Cub van Horizonhobby (LO). Het testen van de stuurfuncties o.l.v. instructeur Wil Snitjer (RO).

Deze aanzet was dus succesvol en na nog wat correcties en kleine aanpassingen, o.a. grotere wielen voor de Apprentice, want op een wat hobbelig veld zijn deze toch wat een de kleine kant,  zal het  test en vliegprogramma wordt  voortgezet. Hierover meer in de volgende MBa’s.

Maar wat doe je als je voor het transport van het model niet over een auto kunt beschikken?

Het Rookieteam project kwam tot stand met welwillende medewerking van:


Koopjes uit het verre Buitenbos

Risico’s van koopjes buiten de Europese Unie.
Wie wil het niet: voor een dubbeltje op de eerste rij zitten? Bijvoorbeeld: iets moois voor je hobby kopen in het verre buitenland en daarvoor veel minder betalen dan “bij de winkel om de hoek”. Rechtstreeks kopen in het verre Oosten omdat het daar toch zo lekker laag geprijsd is. Op koperspad voorbij aan al die importeurs en handelaren die er de oorzaak van zijn dat het allemaal alleen maar duurder wordt. De wereld is toch één grote supermarkt geworden. Het internet maakt het daarbij allemaal mogelijk en je kunt het toch eenvoudig regelen vanachter je computer.
Kopen in de regio Hongkong schijnt de laatste jaren in de mode geraakt te zijn. Aanbiedingen uit Hongkong of andere landen buiten de Europese Unie worden via ebay en andere internetwinkels tegen zeer aantrekkelijke prijzen aangeboden. Aan iedere besteller wordt geleverd ongeacht of hij of zij handelaar of privé persoon is.
De verzamelbestelling is hierbij zeer in trek geraakt. Om verder op de vracht en verzendkosten te besparen is het voordelig om het in een verzamelbestellingen te doen. Er zijn immers vaak meer hobbygenoten die ook van de voordeeltjes willen genieten. Dus een lijstje gemaakt, de initiatiefnemer bestelt en de extra kosten worden onder elkaar verdeeld. Een aantal dagen later al wordt het pakket bezorgd en iedereen is tevreden!
Althans, zolang alles goed gaat. Zelden wordt er aandacht aan geschonken of dit zonder problemen kan of zelfs mag en welke risico’s aan dergelijke transacties verbonden zijn. Geheel zonder risico is deze manier van kopen echter niet, noch voor de besteller, noch voor de gebruiker, noch de andere deelnemer(s) in de verzamelbestelling. Wel, kort gezegd, kan men aan een dergelijke transactie lelijk zijn vingers branden en dat is niet alleen letterlijk bedoeld. Waarom dit zo is heeft alles te maken met de beschermde status van het verhandelen van producten in de Europese Markt (de EU). In het vervolg van dit artikel worden aan de hand van een ludiek voorbeeld situaties nader uiteengezet die tot vervelende complicaties kunnen leiden, vooral al justitie zich er mee gaat bemoeien. Een gewaarschuwd mens telt voor twee! 

Het verhandelen van producten in de Europese Unie (EU)
Alle producten die in de EU worden verhandeld moeten, ongeacht de aard of oorsprong, van een CE-merkteken zijn voorzien. Hiermee wordt beoogd dat in alle EU-landen dezelfde normen voor veiligheid en kwaliteit worden gehandhaafd. Dit wil dus zeggen dat ook producten die buiten de EU worden vervaardigd en in de handel binnen de EU-zone worden gebracht eerst van een CE-merkteken moeten worden voorzien. Dit kan verkregen worden door het product eerst door een Europese keuringsinstantie, een zogenaamde “notified body” te laten keuren op basis van de hiervoor geldende Europese Richtlijnen. Indien het CE-merkteken is verworven dient ieder product bij aflevering aan de eindgebruiker minstens te zijn voorzien van een installatie voorschrift (indien van toepassing), een gebruiksaanwijzing (in de taal van het land waar het product wordt verhandeld, dus: waar zijn de bouwbeschrijvingen in de Nederlandse taal in die mooie veelkleurige bouwdozen?) en een zogenaamde “conformiteits verklaring” waarin wordt aangegeven aan welke richtlijn(en) wordt voldaan. Toegegeven het is voor een leverancier/handelaar een hele administratieve rompslomp, maar het is nu eenmaal wettelijk zo geregeld.
Dit lezende begrijpt u al dat het, voor een producent in het verre buitenland, zeker enige moeite en geld kost om een product binnen de EU ingevoerd te krijgen. De producten die we via de legale handel aanschaffen hebben dit allemaal doorstaan en de producent/handelaar heeft daar de nodige Euro’s voor moeten betalen en het is dan ook aanbevelenswaardig om bij het aanschaffen van een product ook eens te controleren of dit allemaal klopt. Mocht het niet zo zijn dan koopt u mogelijkerwijs een illegaal ingevoerd product en u mag daarop uw leverancier aanspreken.
Het feit dat het niet voldoen aan het CE-merkteken in alle EU landen als een economisch delict met mogelijk forse financiële consequenties wordt aangemerkt spreekt hier boekdelen. Daarbij kan ook het aansprakelijkheidsrisico tot ernstige (financiële)gevolgen leiden.
Welke wettelijke risico’s loopt u dus als internet koper? Met een toespeling op de Fabeltjeskrant zal dit aan de hand van enkele voorbeeld situaties worden geschetst.

Een verzamelbestelling in het buitenbos
De slimme Lowieke de Vos heeft bedacht dat hij zijn hobbyspullen het voordeligst in het verre buitenbos kan bestellen, niet alleen voor hemzelf, maar voor alle liefhebbers in Fabeltjesland. Hij stelt een lijstje op en iedereen die wat wil bestellen kan er op intekenen. Als dit compleet is gaat Louwieke aan de slag. Hij zet zijn elektronische postduif, Ome Gerrit de Postduif is inmiddels uitgesaneerd, aan het werk en in het verre buitenbos worden de spullen verzameld en per omgaande, via een moderne technologisch ver ontwikkelde Zoef de Haas, verstuurd. Na een lange vlucht levert deze snelle jongen de spullen bij Lowieke af. De mooie spullen waren goed verpakt en zo op het oog mankeerde er niets aan. Daarna gaat Lowieke de spullen bij de bestellers bezorgen en hij ontvangt in boseuri de prijs van de onderdelen, eventueel met een deel van de kosten. Alles lijkt prima geregeld, maar wat Lowieke zich niet realiseert is dat hij op dat moment voor de wet leverancier is geworden, ook al heeft hij geen boseuricent op de producten verdiend! Hij is voor de wet plotseling de officiële verkoper geworden die voor zijn “klanten” de wettelijke productverantwoordelijkheid heeft! En dat kan grote gevolgen hebben. Als de geleverde producten defect zijn of niet goed functioneren mag de koper volgens de wet restitutie van het koopbedrag eisen of kostenloze reparatie van het product. Dan gaat het geld kosten en daarmee komt de vriendschap meestal in het geding, maar Lowieke is voor de wet wel verplicht het te regelen.

Product verantwoordelijkheid
“Ach”, wordt er dan geredeneerd dat men dat onder vrienden toch niet doet. Nou, ja het zal best wel mee vallen, maar het kan nog ernstiger worden als er door het product vervolgschade of schade aan derden wordt toegebracht. Een vriendschappelijke relatie komt plotseling in een geheel ander daglicht te staan als verzekeringen of justitie bij de zaak betrokken raken. Dan wordt er wel heel kritisch naar de gedane handelingen gekeken en worden de handelingen van Lowieke uitsluitend gezien in het licht van zijn positie als handelaar. Mede gelet op een situatie waaruit ook nog blijkt dat het product niet aan de EU-richtlijnen voldoet zoals boven omschreven, kan de handelaar met geheel zijn vermogen voor de geleden schade aansprakelijk worden gesteld! Auw!

Het zakelijk recht en de belastingen
Dan heeft Lowieke mogelijk nog te maken met het zakelijk- en belastingsrecht, dus de fiscus. Hierbij is het de vraag of de verzamelbestellingen, persoonlijk, éénmalig of incidenteel zijn of dat het regelmatig en planmatig plaats heeft. Dit is een mistig criterium, maar het feit of dit wel of niet zo is wordt door de belastingdienst zelf bepaald en de kans dat het al snel als zakelijk wordt aangemerkt is zeker niet ondenkbaar. Als dit wel zo is moet snel een bezoek worden gebracht aan de Kamer van Koophandel voor een inschrijving en naar de belastingdienst voor een BTW nummer. Niet moeilijk, maar dan wel noodzakelijk, althans als het nog helpt.

Conclusie
Deze uiteenzetting moet duidelijk maken dat snel uit een vriendschappelijke dienstverlening een, in meerdere opzichten, vervelende situatie met grote financiële risico’s kan ontstaan. Iedereen die rechtstreeks buiten de EU producten bestelt moet zich ervan bewust zijn welke problemen en risico’s hij over zich kan afroepen waarbij hij huis en haard op het spel kan zetten.
In het bos liggen dus wel enkele voetangels en klemmen. Trap er niet in!

Terug .....


Schnellbus van Robbe Futaba

Op de Neurenberger Speelgoedbeurs presenteerde Robbe het Futaba-S-Bus-Systeem gepresenteerd. Het geïntegreerde systeem voor de stroomverzorging van alle besturingsonderdelen is ontworpen voor 3A duurstroom en 6A piekstroom. Als alternatief wordt nog een verbinding met een accuwissel voor 2x 10A duurstroom en 50A piekstroom op de markt gebracht. Inmiddels zijn al diverse oplossingen voor 6A duurstroom en 12A piekstroom en 8A duurstroom en 12A piekstroom in voorbereiding die in de komende maanden op de markt komen.Met een breed  pallet aan Hub-kabels gaat Robbe nu S-Bus-oplossingen voor diverse Model groottes aanbieden. De eerste gegevens en overzichtstekeningen presenteert zijn op de download site van de eigen homepage www.cms.robbe.de/downloads/s-bus-system.pdf te vinden.

Het S.Bus systeem van Robbe-Futaba.

Wat is een bussysteem?
Via de databus worden gegevens uitgewisseld tussen de processor en de andere onderdelen van het systeem (geheugen, invoer- en uitvoervoorzieningen). Hoe breder de databus, hoe meer bits tegelijkertijd verstuurd kunnen worden en hoe sneller de computer werkt.
Een databus wordt gekenmerkt door de manier waarop de informatie wordt verzonden. Dit wordt vastgelegd in het protocol. In een protocol worden afspraken gemaakt over de manier van dataoverdracht, de snelheid (bits per sec), samenstelling van de telegrammen (aantal start en stopbits) en elektrische grootheden.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen parallelle en seriële transmissie. Parallelle communicatie is het snelste omdat er meerdere bits tegelijk kunnen worden verzonden. Parallelle communicatie wordt alleen bij communicatie over korte afstanden gebruikt omdat er voor communicatie over lange afstand te veel kabels nodig zijn en dat de mogelijkheid bestaat dat de bits niet gelijk aankomen en zo informatie in de war kan raken.

Voor bussystemen wordt meestal gebruik gemaakt van seriële communicatie via een twee aderige kabel. Dat er vaak gebruik gemaakt wordt van seriële communicatie, komt omdat de kabelkosten veel lager zijn. De communicatiesnelheid is wel lager. Om bij seriële communicatie een zo hoog mogelijke communicatiesnelheid te kunnen bereiken moet er gebruik gemaakt worden van kabels met afgeschermde aders.

Terug .....


Het 2,4 GHz systeem

Het is ongeveer 25 jaar geleden dat de eerste PCM (Puls Code Modulatie) zend en ontvang installaties op de markt kwamen.  Met dit nieuwe systeem werd de storingsgevoeligheid van de bestaande PPC (Puls Pauze Code) verbeterd. Sindsdien zijn er weinig ontwikkelingen van ingrijpende betekenis meer  geweest. In de moderne informatie techniek hebben zich de laatste jaren echter  revolutionaire ontwikkelingen voltrokken die hun uitwerking ook in de hobby sfeer beginnen te krijgen. Met het beschikbaar komen van de 2,4 GHz-band volgt de ene ontwikkeling de andere nu in een snel tempo op. Alle zich respecterende fabrikanten komen met  zend- en ontvang installaties  die in de 2,4 GHz-band werken. De firma Graupner met het IFS systeem voor aanpassing van bijvoorbeeld de MX-22 zenders of de  Robbe met de 6 EXP.  Zelfs vele speelgoed vliegtuigen en helicopters vliegen in de 2,4 GHz-band.

Een volledige 2,4 GHz zender en ontvanger van Robbe/Futaba.
Deze zender is uitgevoerd als volledige een 10 kanaals computer set in de durdere prijsklasse met de 2,4 GHz FASST-technologie. Het FASST systeem is een z.g.n. "Spread Spectrn Systeem" met "Frequentie Hopping" (FHSS). Hierdoor mag het een maximaal vermogen afgeven van 100 mW EIRP. Hierdoor zijn er ruime reserves voor de besturing van complexere grote modellen en modellen met een straalturbine.

Vollständig ausgebaute 10-Kanal-Computer-Anlage der gehobener Leistungsklasse mit 2,4 GHz FASST-Technologie. Das FASST Systeem ist ein Spread Spectrum System mit Frequenz Hopping (FHSS). Es darf daher eine maximale Leistung van 100 mW EIRP abstrahlen und besitzt somit ausreichende Reserven, auch für Grossflugmodelle un Jets.

Het IFS-systeem van Graupner (IFS = Intelligent Freequency Select, ofwel : vernuftige frequentie keuze). Het IFS- systeem bestaat uit een HF-module dat in de bestaande Graupner/JR zender geplaatst kan worden. Hiermee wordt de zender omgebouwd in een 2,4 GHz zender. Bezitters van bijvoorbeeld een MX-22 zender kunnen deze dus op eenvoudige wijze ombouwen en de oorspronkelijke versie nog behouden. Wel moet (moeten) er (een) volledig nieuwe ontvanger(s) worden aangeschaft.

In tegenstelling tot alle voorgaande systemen, waarbij de informatie alleen vanuit de zender naar de ontvanger wordt verzonden, zonder enige vorm van terugkoppeling.  Het ISF-systeem is een communicatie systeem met een twee richting verkeer tussen zender en ontvanger. In vaktermen spreekt men hier van een “up- and down link”. Dit betekent dus dat er in de ontvanger ook een zender is ingebouwd! De informatie wordt in fracties van milliseconden tussen zender en ontvanger heen en weer geslingerd. Deze techniek is niet nieuw en wordt in de moderne informatie techniek reeds geruime tijd toegepast. Indien er in de informatieoverdracht een storing optreedt dan schakelen zender en ontvanger automatisch over op een ander kanaal.

Het grote voordeel voor de modelvliegerij is dat er geen kristallen en dus vastgelegde kanalen meer nodig zijn en dat onverwachte en onbedoelde inbreuk op kanalen niet meer kan voorkomen.  Verder is de signaal controle maximaal en worden signalen van buitenaf onderdrukt. Het einde van de wasknijper met het kanaal kaartje lijkt in zicht!

Een bijzonder kenmerk is de korte antenne van ongeveer 20 cm en verder de korte dubbele antenne van de ontvanger.

Door Robbe worden voor het 2,4 GHz FAS.ST systeem de volgende eigenschappen geclaimd:

  • meer dan 3000 meter rijkwijdte (beperking is het zichtcontact)
  • geen quarts kristallen nodig
  • geen frequentie keuze dus geen kanaal storingen
  • grote bandbreedte
  • het "Antennen-Diversity systeem" controleert voortdurend de signaal sterkte van beide antenne ingangen en schakelt naadloos over op het sterkste signaal
  • alle 2 msec. springen zender en ontvanger in hetzelfde ritme van kanaal naar kanaal, waardoor er geen signaal conflicten of onderbrekingen ontstaan
  • ter identificatie wordt een code met meer dan 130 miljoen mogelijkheden mee verzonden die in de ontvanger wordt opgeslagen waardoor een vaste koppeling ontstaat
  • het ingangssignaal wordt permanent door de ontvanger gescand en de software eventuele signaal fouten corrigeert
  • de responsie (knuppelbeweging <> servobeweging) tijd is twee keer zo kort al bij andere systemen

Terug .....


Legalisering 2,4 GHz
(bron KNVVL modelvliegsport)

Op 14 mei 2008 heeft de Europese Commissie in Brussel een speciale vergadering bijeen geroepen om de noodzakelijke veranderingen in de Europese regelgeving voor het gebruik van de vergunningsvrije 2,4 GHz band te bespreken. Een dreigend twistpunt was het gebruik van 100 mW zenders voor radiobesturing.

Door een goed georganiseerde lobby van de modelvliegwereld ziet de toekomst van het gebruik van 2,4 GHz apparatuur voor radiobesturing er zonnig uit.

Uitgenodigd waren: de nationale aeroclubs van de meeste Europese landen en vertegenwoordigers van de RC-industrie aan de ene kant en de huidige hoofdgebruikers van het 100 mW zendvermogen (RLAN applicaties zoals WiFi) aan de andere kant. Daartussen de regulerende nationale autoriteiten waaronder Agentschap Telecom.
In totaal waren er zo’n 40 aanwezigen, met Wim Verwijmeren en Boudewijn Swanenburg namens de KNVvL en onze collega’s uit o.a. België, Duitsland en Engeland. 

Om het Europese en mondiale belang te onderstrepen waren op voorstel van de KNVvL ook Europe Air Sports en de CIAM (de modelvliegafdeling van de FAI) uitgenodigd.

De opening van de vergadering werd gekenmerkt door de zeer positieve houding van de Europese Commissie.

De WiFi lobby werd de gelegenheid gegeven om duidelijk te maken dat “vervuiling” van de 2,4 GHz band met een zendvermogen van 100 mW hun grootste zorg is. Oorspronkelijk wilden zij het gebruik van 100 mW zendvermogen uitsluitend voor RLAN toepassingen reserveren. Dit is op zich niet ongegrond omdat 2,4 GHz applicaties zich als wildvuur verspreiden. Het grote succes van WiFi toepassingen is vooral te danken aan het “beleefde” protocol waarmee iedere zender ruimte zoekt in de band, zodanig dat alle gebruikers als gelijken worden behandeld. Het probleem is nu dat in de officiële specificaties de globale eisen die aan een veilig protocol moeten worden gesteld onvoldoende zijn vastgelegd. Men is dus beducht voor het toelaten van toepassingen die agressiever te werk zouden kunnen gaan en daardoor netwerken gaan storen. Dit zou zowel voor WiFi toepassingen, maar ook voor radiobesturing, desastreus zijn.
Aan het gebruik van 10 mW zenders worden minder eisen gesteld en kan zonder meer voor radiobesturing worden toegepast. Voor modelvliegen is dit echter in het algemeen geen voldoende betrouwbaar alternatief.

Vooral Europe Air Sports  en de CIAM maakten duidelijk dat de enorme verbetering van de vliegveiligheid door het gebruik van 2,4 GHz apparatuur niet onbenut gelaten kan en mag worden. Ook wezen zij op de unieke kans om voor het eerst een veilige wereldwijde standaard voor modelbesturing tot stand te brengen. Zij effenden hiermee de politieke drempel voor het gebruik van 2,4 GHz apparatuur voor modelvliegen.

Met name de vertegenwoordiger van Robbe maakte duidelijk dat de RC- industrie uiterst zorgvuldig omgaat met de keuze van het betreffende protocol en beslist geen geforceerde toegang tot een 2,4 GHz frequentie afdwingt. De doorslaggevende reden daarvoor is uiteraard dat de RC apparatuur ook onderling storingsvrij moet werken, een eigenschap die inmiddels ook in de praktijk ruimschoots is bewezen. Deze garantie bracht de twee kampen een stuk dichter bij elkaar.

Na verdere besprekingen van de ingezonden stukken (van aeroclubs en industrie) waren er geen doorslaggevende tegenargumenten meer om het 100 mW zendvermogen voor modelvliegen (maar ook andere RC toepassingen, zowel buiten als binnen) toe te staan onder voorwaarde dat de gebruikte apparatuur inderdaad voldoet aan de nog op te stellen definitie van het “medium access protocol” zoals dat officieel heet.

De Europese Commissie zal in juni vergaderen om deze conclusie met alle Europese landen te bespreken. De definitieve EU regelgeving zal in het tweede kwartaal 2009 zijn afgerond. De nationale autoriteiten die deze toepassing nu nog verbieden zal worden aanbevolen dit verbod op te schorten vooruitlopend op de definitieve besluitvorming.

Na eerdere discussies tussen de KNVvL en Agentschap Telecom is het gebruik van 100 mW zenders in Nederland sinds kort toegestaan (tijdens de vergadering in Brussel was dit niet duidelijk, maar het misverstand is vandaag telefonisch met Agentschap Telecom opgehelderd; zie voetnoot) en dit zal dus naar alle waarschijnlijkheid in de toekomst ook zo blijven.

Al met al hebben “de modelvliegers” indruk gemaakt met de manier waarop zij zich op korte termijn hadden georganiseerd en door de letterlijk indrukwekkende documentatie waarmee hun argumenten naar voren werden gebracht. Het is zonneklaar dat zonder de gedreven en deskundige inzet van nationale en internationale bonden samen met de industrie het gebruik van 2,4 GHz in Europa een snel voorbijgaande droom geweest zou zijn.

Terug .....

contact | © 2016